Vacatures en interviews
Er zijn ontzettend veel mensen binnen de kerk die veel (vrijwilligers)werk verrichten. Maar helaas zijn er eigenlijk ook altijd wel vacatures die nog vervuld moeten worden. Voor de kerkenraad is het opvullen van deze vacatures vaak een hele klus.
Henk Meijer, gemeentelid en lid van de redactie van Geandewei, heeft en zal mensen die actief zijn binnen onze wijkgemeente interviewen. Deze interviews zullen in dit kerkblad geplaatst worden. Zo kunt u lezen wat een contactpersoon, ouderling, diaken, lid van de missionaire werkgroep, hulpkoster, etc. zoal doet. Maar ook wat hen beweegt en gaande houdt.
Zo krijgt u eigenlijk als het ware de verhalen bij de foto’s (zie map Fotoboek elders op deze site) van Bart en Aleid Dertien uit ‘Onder de korenmaat’ te lezen. En wellicht brengt het u op nieuwe gedachten en kunt u niet wachten om ook (weer) iets te doen binnen het kerkenwerk!
Ieder kan, met zijn of haar talenten, bijdragen aan het werk in Gods wijngaard.
Heeft u suggesties of opmerkingen, dan kunt u contact opnemen met ds. A.H. Boschma.

Het ‘ONZE VADER’ in het Farsi
Zaterdag 14 januari mochten Chris en ik gastheer en gastvrouw zijn bij kerstviering en een gezamenlijke maaltijd van een groep vluchtelingen uit het AZC van Drachten. Het was de eerste keer dat een dergelijke bijeenkomst in de Menorah werd gehouden. Deze bijeenkomsten gaan uit van een groep vrijwilligers uit verschillende kerken van Drachten, met ondersteuning van de Stichting GAVE.
Vroeg in de middag hebben we samen met hen alles klaargezet in de ontmoetingsruimte. Er werden gezellige zitjes gemaakt met bloemen, lichtjes en lekkernijen op de tafels. Voor de kinderen werd een aparte ruimte ingericht, waar ze een film konden zien en waar geknutseld kon worden. Om 4 uur werden ongeveer 50 mensen opgehaald uit het AZC, en met de vrijwilligers erbij was de ontmoetingsruimte mooi gevuld. In een gezellige sfeer van ‘elkaar ontmoeten’ werden de gasten ontvangen met koffie, thee en limonade. Om 5 uur was er een viering, met als thema: ‘Een nieuw begin’. Bijzonder was, dat op de beamer de te zingen liederen fonetisch in het Farsi (Iran) en in Arabische letters werden geprojecteerd. En zo kwam het dat wij voor het eerst in ons leven tijdens de gebeden het ‘ONZE VADER’ in het Farsi hebben gezongen, samen met mensen uit allerlei landen en uit verschillende kerken. En dat was mooi!!
Na de viering was het tijd voor de gezamenlijke maaltijd. De gasten en de vrijwilligers hadden allerlei heerlijkheden meegenomen. Op het buffet stonden bijzondere schotels en hapjes, die heerlijk geurden. Van de lekkernijen die de vrijwilligers hadden meegenomen, werd ook gesmuld. Men wilde echter wel graag weten, wat er allemaal in zat, vóór er werd opgeschept. Een topper waren de bij velen van ons bekende ouderwetse Arretjescakes! Men vond ze heerlijk (lekker zoet)! Ook de kinderen hebben zich heel best vermaakt. Halverwege gebaarde een jongetje dat ik mee naar de deur moest komen. Daar stond een hele groep kinderen met blijde, opgewonden gezichtjes te wijzen naar een wonder, dat voor hen waarschijnlijk nieuw was: het SNEEUWDE !
Tegen 7 uur, werden – na vele bedankjes - de mensen weer naar het AZC gebracht. Wat opviel was de vriendelijke, liefdevolle sfeer die er heerste.
Het was een prachtige middag, zeker voor herhaling vatbaar. Waarschijnlijk zal dit jaar nog de Paasviering plaatsvinden in de Menorah. Misschien vindt u het leuk om dan ook een kijkje te nemen en de vluchtelingen te ontmoeten. U ben nu alvast van harte uitgenodigd!
Coby de Vries

Op de Kandelaar 24: ‘Meiinoar’ naar de Soos
Al 30 jaar bestaat er in de Zuiderkerk een sociëteit voor ouderen, met de typerende naam ”Meiinoar-Ien”. De laatste 10 jaar heeft Ds. Foppe de Jong hier de leiding. Sommigen vragen zich af: Wat heb je daar te zoeken, waarom zou je daar heen gaan?
Dat wilden wij graag weten en daarom bezochten we het enthousiaste echtpaar Jelsma aan het Wilpsterend. De koffie stond klaar en tijdens het eerste kopje vond de kennismaking plaats.
Dhr.Jelsma is afkomstig uit Oudega en zijn vrouw is opgegroeid op It Eilân in Goingahuizen. Hoe ze elkaar vonden? Het was in de barre winter van 1963. Het ijs lag een halve meter dik in de vaarten. Ook bij de Veenhoop en Ie sicht. En daar kwamen ze elkaar tegen, op de schaats. Het was met recht “op redens oer”. De vader van Mevr. Jelsma had er niet veel fiducie in: “it sil wol een iisfeintsje wêze”, was zijn commentaar, geen blijvertje. Maar vader had ongelijk. In 1965 trouwde het jonge stel in de Zuiderkerk. Ze betrokken een woning aan het Wilpsterend, nr. 2. Dit jaar zijn ze 50 jaar getrouwd en wonen nog steeds in hetzelfde huis.
Wat bracht u ertoe de Soos te gaan bezoeken? Dhr. Jelsma vertelt: “Zingen was en is mijn grote hobby. Ik was soms lid van wel 4 koren. Ook zong ik wel eens in de kerk, bijvoorbeeld het prachtige lied “De Heilige Stad”.
Toen het zingen wat minder werd, besloot ik anderhalf jaar geleden de soos te gaan bezoeken. Daar ben ik nu voorzanger.” Zijn vrouw vult aan: “Ik ging met hem mee. Samen erheen gaan voordat je alleen komt te staan leek me verstandig en ik heb er helemaal geen spijt van. Je ontmoet allerlei mensen, het is op een geschikte tijd – op dinsdagmiddag om de 14 dagen van 14.30 – 16.30 uur - en… het bestuur weet altijd weer een prachtig programma samen te stellen. Vaak is er een interessante verteller met schitterende lichtbeelden.”
Een greep uit het gevarieerde programma: een verslag van een reis naar Nieuw- Guinea, of naar het eiland Patmos, waar de apostel Johannes gevangen zat, een lezing over het kloosterleven, een verhaal door de boswachter van Broeksterwoude. Er is plaats voor een gezellig Sinterklaasfeest met bingo. Ook de intieme kerst- en paasviering spreekt de familie Jelsma aan en niet te vergeten het leuke jaarlijkse reisje.
Aan het eind van ons gesprek spreekt de familie Jelsma haar verbazing uit: “Wij begrijpen eigenlijk niet dat er niet meer mensen deze sociëteit bezoeken. Het is er leerzaam, interessant en gezellig. Voor mensen uit de wijken Oost en Zuid zou het toch fijn kunnen zijn elkaar hier te ontmoeten. Natuurlijk uit andere wijken is men ook welkom… Misschien dat deze enthousiaste aanbeveling anderen over de streep trekt. Waarom eigenlijk niet? Voor het geld hoeft men het niet te laten. De koffie in de Zuiderkerk is van goede kwaliteit en de prijs ervan is niet hoog.
Hier onder het telefoonnummer van Folkert van der Schaaf, de secretaris, T: (0512) 51 69 79. Men kan hem altijd bellen, maar ook kan men gewoon op een dinsdagmiddag binnenlopen om de sfeer te proeven.
Henk Meijer

 

Op de kandelaar 23
Organisatiebureau Van der Spoel
De afgelopen tijd is de rubriek ”Op de kandelaar” wat op de achtergrond geraakt, maar soms doet de gelegenheid zich voor een van onze gemeenteleden in de schijnwerpers te plaatsen. We bezoeken Hennie van der Spoel, wonend aan de Leijen. Al spoedig bemerken we dat we eigenlijk bij een mini-organisatie-bureau zijn binnengestapt. Graag willen we nader kennis maken met de manager ervan.
Hennie van der Spoel werd in 1944 in Reusel vlak bij de Belgische grens geboren. Haar vader werkte bij de douane. Het gezin was orthodox-hervormd en zeer meelevend. De broers en zussen waren betrokken bij de leiding van clubs en zondagschool. Vader werd overgeplaatst zodat Hennie in 1949 in Zwartemeer terecht kwam. In 1954 verhuisde het gezin naar Emmen. Hier volgde Hennie de HBS en later de Kweekschool. Van 1964 tot 1968 stond ze voor de klas in Nieuw-Amsterdam, totdat ze trouwde met Jan van der Spoel. Samen trokken ze naar Drachten. Het echtpaar werd gezegend met drie dochters: Ellen, Irene en Kristien. Zij moest als getrouwde vrouw ontslag nemen, terwijl Jan voor de klas bleef staan. Maar toen de gelegenheid zich voor deed, werd Henny weer parttime onderwijzeres, eerst aan de BLO-school aan het Paradyske en later bij het Voortgezet Speciaal Onderwijs(VSOMLK).
In 2003 werd het gezin geconfronteerd met een groot verdriet. Na een ziekteperiode van drie jaar stierf Jan van der Spoel. Haar kinderen waren de deur uit en Hennie bleef alleen achter. Zij besefte dat passief thuis zitten zou kunnen leiden tot ingekapseld raken in eigen verdriet. Zo ver kwam het niet. Zij pakte allerlei vrijwilligerswerk aan en kwam daardoor onder de mensen. Ze ging jongeren met een licht verstandelijke handicap begeleiden in eetcafé ”het Druifje(van Talant), werkte in de Wereldwinkel en ging voor hun taalontwikkeling lezen met asielzoekers. En Hennie richtte een eetgroep op. Vijf mensen komen nu al elf jaar bij elkaar om van tijd tot tijd samen te eten.
Al die ervaringen brachten Hennie ertoe rondom de Menorah allerlei groepen te formeren. Op de vraag: ”Hoe heb je dat aangepakt?” antwoordt ze: Ik besprak de zaak met de hoofdcontactpersonen en vroeg aan hen een lijst met adressen van alleenstaande vrouwen. Er kwam een lijst van 110 adressen. Al die vrouwen kregen een brief met uitleg van de plannen. Er kwamen 35 positieve reacties binnen. Op een morgen werd in de Menorah nadere toelichting gegeven en werden mogelijkheden geïnventariseerd.
“Organisatiebureau de Leijen” blijkt zeer succesvol. Er zijn inmiddels acht groepen gevormd: een wandelgroep, een fietsgroep, een groep voor bloemschikken, een film- en theatergroep, een breigroep, een rummycup- groep, een boetseergroep en een groep voor bewegen voor ouderen.
In mei zullen alle deelnemers weer samen komen in de Menorah om de zaken te evalueren. Ook nieuwe leden kunnen zich aanmelden. Misschien ontstaan er nog meer groepen. Een eetgroep is er nog niet, misschien komt die er dan.
Als we het “organisatiebureau de Leijen” hebben verlaten, beseffen we opnieuw, dat gemeente van Christus-zijn weliswaar op zondag begint, maar op maandag zijn logisch vervolg krijgt.
Henk Meijer.

 

Op de kandelaar 22

Over een fiets en een trekzak
In deze Geandewei willen we graag ds. Anne-Henk Boschma en zijn vrouw Nienke nader aan u voorstellen. Op 2 maart deed Dominee Boschma zijn intrede in wijk-Oost en wel in de Menorah. Hij liet onder andere zijn licht schijnen over Philips als lampenfabriek en over de 7-armige kandelaar, de menorah. Vandaag mag het echtpaar Boschma zelf in de schijnwerpers staan.
Ds. Anne-Henk Boschma (1961) groeide op in Sondel en zijn vrouw Nienke in Nijemirdum. Beiden kwamen uit een gereformeerd gezin dat ’s zondags trouw twee keer ter kerke ging in het kerkje van Nijemirdum. Nienke zat met haar familie in het voorste bankje, terwijl Anne-Henk steevast in het derde zat. Van jongs af aan had hij daardoor het uitzicht op een leuk blond meisje. Na de lagere school scheidden zich hun wegen enigszins. Anne-Henk ging naar de Mavo in Balk en Nienke ging naar de havo in Sneek. Maar elkaar uit het oog verliezen deden ze niet. Dat viel ook niet mee als je samen de G.J.V.(Gereformeerde Jongeren Vereniging) bezocht en samen luisterde naar Boudewijn de Groot met zijn meeslepend stemgeluid.
Nienke vervolgde haar weg via de Pedagogische Academie “De Him”, terwijl Anne-Henk via de Havo-top aan diezelfde school naar het Atheneum van het Bogerman College ging.
Toen was het inmiddels 1981 geworden. Wat Nu?
Voor Nienke was die vraag niet moeilijk. Zij ging het onderwijs in. Nu staat ze nog steeds drie dagen voor de klas in Opeinde. Anne-Henk had dan wel een Atheneumdiploma behaald, maar hoe moest hij nu zijn oude droom om predikant te worden in vervulling doen gaan. Het was een zeer oude droom. Toen hij 4 jaar was, zei hij tegen de kleuterjuffrouw: “Ik wil dominee worden”. Anne-Henk ging naar Kampen. Zeer gemotiveerd en geconcentreerd begon hij aan het voorbereidingsjaar waarin hij zich Latijn, Grieks en Hebreeuws eigen moest maken. Die concentratie kan Nienke bevestigen: “Anne-Henk legt een stapel boeken voor zich neer en pas als hij de inhoud onder de knie heeft, kunnen de boeken van tafel. Studeren in Kampen, zegt ds. Boschma, was voor mij een ontdekkingstocht. Onder andere professor. Rothuizen en dr. Okke Jager openden werelden die daarvoor onbekend waren. Met grote gretigheid verslond ik de boeken en die gretigheid is gebleven.
In 1984 trouwden Nienke en Anne-Henk. Het echtpaar werd gezegend met drie kinderen, twee jongens en één meisje. Samen kwamen ze in de pastorie terecht, zoals de 4-jarige het lang geleden had bedacht. Eerst in Sibculo, vervolgens in Zwaagwesteinde en Steenwijk en in 2003 in Oudega.
Eén van de gemeenteleden vroeg belangstellend: “Draagt Ds. Boschma een toga op de preekstoel?” In de dienst van 2 maart kon de vragensteller met voldoening constateren dat de dominee in een lichtbeige toga met een helderrode stola de kerkzaal betrad. Ds. Boschma: “Inderdaad, ik draag een toga. Daarmee wordt aangegeven dat ik in het ambt sta van “Dienaar des Woords”. In de kerk zijn we ten diepste bezig met heilige zaken. Vanuit het ambt mag ik dingen zeggen die ik zelf soms niet zou dúrven zeggen. De toga helpt mij om dat voortdurend te beseffen.” Zijn vrouw voegt eraan toe. Een toga is ook passend in de liturgie. Liturgie kun je beschouwen als een heilig spel: We stellen present wat is geweest blikken vooruit op wat nog komt. In de gemeenten waar we gewoond hebben, heb ik vaak op liturgisch gebied een steentje bijgedragen. Ze vertelt dat zang en muziek haar grote liefhebberijen zijn. Als kind keek ze smachtend naar een orgel. Wat mooi. Ze leerde zichzelf blokfluit spelen en volgde bij Gerben van der Veen een opleiding voor amateurdirigent. Nu is ze onder andere lid van het zogenaamde Kwartettenkoor onder leiding van Hindrik van der Meer, haar vroegere leraar van de kweekschool uit Sneek.
Inmiddels is het echtpaar Boschma in Drachten neergestreken aan de Meent op nr.55.
Weer wacht een nieuwe gemeente en weer zijn ds. Boschma en zijn vrouw bereid zich ten volle in te zetten. Natuurlijk veranderen er zaken. Soms kleine.
Ds. Boschma was gewend zich in Oudega te voet of met de auto te verplaatsen. Nu kunnen we hem in Drachten-Oost regelmatig op de fiets tegenkomen. En Nienke? Nienke heeft zich een trekzak aangeschaft en zal les nemen.
Over een fiets en een trekzak gesproken. Het zijn kleine symbolen van een nieuw begin. Wij hopen dat ds. Boschma en zijn vrouw zich spoedig in onze wijk zullen thuis voelen en dat zij onder Gods zegen met vreugde hun werk mogen verrichten.
Henk Meijer


Op de kandelaar 21
Arriva, Qbuzz of Connexxion
Het is al bijna een jaar geleden dat Anita van der Heide als jongerenwerker werd benoemd in Drachten. Anita is sedertdien werkzaam in de wijken Oost en Zuid. Het wordt dus tijd om nader kennis met haar te maken.
De volgende multiple-choice vraag zouden we haar kunnen stellen: Anita, met welke busmaatschappij reis je het liefst?
A) Arriva B) Qbuzz C) Connexxion
Aan het eind van het interview zal het antwoord duidelijk worden.
Anita van der Heide werd in 1978 in Opeinde(Sm) geboren. Na de lagere school bezocht ze het “Drachtster Lyceum”, een school die paste bij haar ouderlijk huis.
Thuis was er wel een spirituele sfeer, vertelt ze, en Oma was gelovig, maar het gezin was buitenkerkelijk. Voor Anita was die spirituele sfeer waarschijnlijk de aanleiding om zelf verder op zoek te gaan. Kennelijk was er een vraag of een Vrager die op antwoord wachtte.
Anita verhuisde in 1998 naar Groningen om er Pedagogische Wetenschappen te studeren. Ze kwam in aanraking met het studentenpastoraat waar ze met haar vragen terecht kon. Dat leidde ertoe dat zij in 2006 belijdenis deed. Na het behalen van haar doctoraal besloot zij in deeltijd de studie theologie te volgen.
Haar confronterend met een opmerking die een predikant eens maakte:” Ik heb theologie gestudeerd en het geloof behouden”, zegt Anita: De tegenstelling die hier gesuggereerd wordt, gold voor mij nauwelijks. Ik had geen bagage die het mij moeilijk maakte geloof en wetenschap te combineren. De studie zorgde er juist voor dat mijn geloof sterker werd. Vooral de vakken godsdienstpsychologie en exegese speelden daarbij een rol.
Anita van der Heide heeft een druk leven. Ze woont en studeert in Groningen, werkt sinds december 2012 als jeugdwerker in Drachten ( 10 uur) en ook in Vries (Dr) voor 8 uur. Bovendien geeft ze in Noordbroek GVO(godsdienstige vorming) aan een openbare school.
Voor haar werk in de wijken Oost en Zuid is het fijn dat Anita Fries spreekt. Ze is immers een “frou ut e’ Wâlden” en communiceren vindt ze belangrijk.
Ze wil een bijdrage leveren aan het jeugdwerk. Nieuwe inspiratie voor vrijwilligers staat hoog in haar vaandel, want het zijn de vrijwilligers die het jeugdwerk dragen. De jongeren moeten zich prettig voelen bij deze mensen, zodat jongeren en vrijwilligers een band kunnen smeden. Ze heeft “zeven doe-dingen” ontwikkeld voor de kindernevendienst. Het zijn zeven methodes die aansluiten bij het reguliere programma met nadruk op actie. Ze stimuleert de samenwerking tussen Oost en Zuid, bezint zich op de deelname van dertigers en veertigers en op de integratie van Catechese en tienernevendienst.
Voor dit alles zijn contacten onontbeerlijk. Minimaal één keer per week reist Anita naar Drachten. Met e-mailen en telefoon vult ze de communicatie aan.
Heeft deze bezige bij nog wel tijd voor haar hobby’s? Gelukkig nog wel een beetje, zegt ze. Met mijn vriend samen houd ik van stijldansen en films bekijken. Ook houdt ze van tuinieren(kruidentuintje) en boeken, boeken over Europese geschiedenis en menselijke verhoudingen. Welke contacten lukken?
Waardoor gaan er verhoudingen stuk? Zijn er verbindingen mogelijk?
Ook in haar studie komen die vragen terug. Ze wijst op het boek met de titel” Philo en Paulus onder de Sofisten”. Je zou Paulus de grote communicator kunnen noemen. Hij stuurt d.m.v. zijn brieven de gestichte gemeenten aan en biedt die een breder perspectief.
Langzamerhand wordt het wel duidelijk wat het antwoord op de multiple-choice vraag moet zijn.
Anita van der Heide reist wekelijks met de Qbuzz van Groningen naar Drachten.
Als ze daar Arriveert, beseft ze dat het in haar werk vooral om Connexxion, communicatie, moet gaan.
Henk Meijer

Op de kandelaar 20

In het voetspoor van Walfridus
Al is de toren van Pisa wereldwijd bekend, voor de scheefste moet je in Nederland zijn en wel in Bedum. De toren van de Walfriduskerk staat dermate uit het lood dat je je afvraagt of hij het niet gaat begeven.
Naar dat dorp met die scheve toren, Bedum, vertrekt ds. Henriëtte Huizenga.
Op 6 januari is de afscheidsdienst in de Menorah. Voordat ze haar koffers helemaal heeft gepakt is er nog tijd om haar te interviewen.
In november 2006 werd de toen 28-jarige Henriëtte in Drachten-Oost bevestigd. Ze had in Groningen gestudeerd. Eerst was er een brede oriëntatie door de studie Godsdienstwetenschap aan te vatten, maar, zegt ze, ik miste de diepgang en daarom kwam ik toch uit bij theologie. Ze zou voor de klas kunnen staan; daarvoor is ze bevoegd. Nu, na 6 zes jaar werkzaam te zijn geweest in onze gemeente, weet ze het zeker: niet de lessenaar, maar de kansel.
Er is veel gebeurd in de afgelopen 6 jaar. Arjan Bos, haar man, en zij kregen twee kinderen: Alexander, bijna vier en Boudewijn anderhalf jaar. Toen ze begon stond ds. De Ruiter naast haar, terwijl Bert Broers de zorg voor de oudere gemeenteleden voor zijn rekening nam. Daarna werd ze door Ds. Nicolai bijgestaan. Zakelijk uitgedrukt: Drachten-Oost ging van 2,75fte naar 1.25 fte, terwijl de werkzaamheden niet in gelijke mate minder werden.
“Ik heb ondertussen geleerd dat ik goed moet plannen en één van mijn voornemens is om dat in Bedum nog beter te doen. Keuzes maken en samenwerken zijn daarbij erg belangrijk. Met ds. Nicolai en ds. Jurjens heb ik dat laatste in Drachten uitstekend kunnen doen.
Een afscheid biedt een goede gelegenheid om terug te blikken. Ds. Huizenga typeert onze gemeente als een wat oudere gemeenschap waar veel mogelijk is. Als je zorgvuldig uitlegt waarom je iets doet, is er draagvlak en wordt het gerespecteerd. Het pastoraat heeft haar veel voldoening geschonken. Je kunt er soms tegenop zien, maar vaak was het zo dat ze veel terugkreeg door goed te luisteren. Op de vraag “wat zul je gaan missen in je nieuwe omgeving” moet ds. Huizenga even nadenken. Dan antwoordt ze: “Het klinkt misschien wat onverwacht, maar ik zal het Fries missen. Deze taal is me lief geworden, doordat ik merkte hoezeer geloof en taal met elkaar verweven zijn. Ik herinner me een gesprek met een weduwe. Op mijn vraag welke tekst haar dierbaar was, haalde ze de Friese Bijbel tevoorschijn en las me haar tekst voor. Dat heeft me zeer ontroerd.”
De toren staat scheef in Bedum. Staat de Kerk met een grote K op instorten?
Ds. Huizenga: Hoe zijn we kerk over 20 jaar? Dat weten we niet. Nu zien we dat de “tussengeneratie” op de kruispunten van het leven -huwelijk , doop, uitvaart- de kerkdiensten bezoekt en verder veel minder. We zullen daarom naar een “plattere” organisatie moeten gaan. Een kleinere groep zal de gemeente vorm geven, maar omvallen zal de kerk niet.
Iedere zondag begint ds. Huizinga de preek met de aanhef: “Gemeente van Christus”. Onder die “paraplu” komen we samen, zegt ze, vinden we elkaar. De gemeente is geen gezelligheidsclub, maar een gemeenschap van mensen waar het besef leeft, dat je hier gevormd wordt en dat hier je geloof nieuwe impulsen krijgt .Geloof vraagt ook om training en volharding.
Om goed te kunnen tennissen moet je naar de tennisbaan. Thuis op TV een tenniswedstrijd bekijken, lijkt een alternatief, maar je spieren worden er niet sterker van.
Bedum en Walfridus horen bij elkaar. Walfridus bracht er het Evangelie, deed aan ontginning en dijkverzwaring. Ds. Henriëtte Huizenga zal na 1000 jaar in zijn voetsporen gaan. Nee, aan dijkverzwaring hoeft ze niet te werken. Geroepen door Christus, onze Heer, mag zij zaaien op de akker van de wereld.
Wij van Drachten-Oost zijn dankbaar dat ds. Huizenga 6 jaar lang haar beste krachten en gaven aan onze gemeente heeft gegeven.
Dat God haar werk mag zegenen. Tegen haar en haar gezin zeggen we met Franciscus: Vrede en alle goeds.
Henk Meijer


Op de kandelaar 19

Geeft acht….Op de plaats rust
Deze keer beginnen we met een militaire term: lezers, geeft acht! We gaan het namelijk hebben over Bauke Zoodsma, Helling 4. Vlak voor de zomervakantie heeft de grote kerkenraad hem uitgezwaaid als notulist. En nu Bauke is afgezwaaid, zeggen wij: geeft acht!
In 1940 werd onze vroegere notulist geboren in Minnertsga, in een zeer kerkelijke omgeving. Het gezin Zoodsma - ouders, drie jongens en twee meisjes- ging naar de Hervormde kerk. Nogal eens ging Bauke met vrienden mee naar de Vrij-Evangelische gemeente, eveneens in Minnertsga. Daar zongen ze van die mooie liederen. Bauke zingt ze nog steeds graag.
Het boerenbedrijf heeft hij van haver tot gort leren kennen. Onder een oude koe die zich gemakkelijk liet melken, leerde hij dat handwerk. In een oud fordje reed de 16-jarige Friese schooljongen naar het land om spullen te brengen. Twee jaar later kostte het hem dan ook slechts één rijles om zijn rijbewijs te halen.
Na de MULO in Sint Annaparochie en de kweekschool in Leeuwarden (1956-1961) belandde hij in het onderwijs. Na 6 weken in Haulerwijk en 6 weken in Oude-biltzijl te hebben gewerkt moest meester Zoodsma in militaire dienst.
Hij werd korporaal bij de marine en…moest lesgeven aan manschappen die zowel onder als boven hem stonden. Dat was nog in de tijd van gezag, orde en tucht. De maritieme klasseoudste meldde de klas met de woorden: Geeft acht! En daar-na klonk het: Op de plaats rust!
De eerste echte baan was in Tjum. In de jaren ’60 haalde hij in Dokkum een meisje tussen de boeken vandaan. Bij Fokje thuis hadden ze namelijk een bibliotheek aan huis met wel 10.000 boeken.
In 1969 kreeg Bauke Zoodsma een baan als leraar aan de L.T.S. in Drachten op de afdeling I.T.O. Nu gingen Fokje en hij trouwen en in Drachten wonen. Het echtpaar kreeg twee dochters en één zoon en later twee kleinkinderen.
Bauke Zoodsma is ervan overtuigd dat lid zijn van de gemeente van Christus niet vrijblijvend kan zijn. Ook als gemeentelid ben je geroepen tot dienstbetoon. Zonder engagement zou de kerk niet kunnen bestaan. Een ieder heeft zijn of haar specifieke gaven die niet onder de korenmaat moeten blijven.
Bauke Zoodsma heeft de kerk gediend in allerlei functies die goed bij hem pasten. Via K.V. en J.V. in de jeugdraad in Minnertsga; leiding geven in het jeugdwerk in Tjum; scriba van 1982-1987 in wijk Oost bij Ds. Fokkema; later vier jaar in de zendingscommissie; notulist van de kerkenraad ten tijde van Ds. Bolt en van 2004 tot 2012 notulist bij de PKN-gemeente rondom de Menorah.
Gezien het bovenstaande spreekt het vanzelf dat we zeggen: Gemeente, geeft acht!
Wij willen op deze plaats Bauke Zoodsma bedanken voor het vele werk dat hij heeft verzet in dienst van zijn Heer en wensen voor hem en zijn gezin dat “Op de plaats rust”! Geen militair bevel zal zijn, maar een tijd om met dankbaarheid terug te zien op het zinvolle werk dat hij kon en mocht verrichten.
Henk Meijer

Op de Kandelaar 18
Twaalf ambachten, toch geen dertien ongelukken
De komende maanden zal ds. Hiemstra ds. Huizenga vervangen in onze wijk. Het leek de kerkenraad goed hem te interviewen, zodat we nader kennis kunnen maken met deze predikant.
Ds. Hiemstra is na zijn emeritaat met zijn vrouw Tiny neergestreken aan de Gauke Boelensstraat 44. Hier gaan we op bezoek en het blijkt al spoedig dat ‘onze’ dominee goed van de tongriem is gesneden. Hij vertelt uitvoerig over de vele ambachten die hij heeft uitgeoefend voordat hij in 1990 predikant werd.
Jan Hiemstra werd in 1941 in Katlijk geboren, maar verhuisde met zijn ouders al snel naar het Bildt en enige jaren later naar Wirdum. Van hieruit fietste Jan naar Leeuwarden, naar de LTS, want hij zou timmerman worden. Daarna was het de Handels Avond School voor een middenstandsdiploma. Toen hij in militaire dienst ging, kwam hij terecht bij de Koninklijke Marechaussee. Zou hij daarna een baan bij de politie ambiëren zoals zijn vader graag wilde? Nee, Jan Hiemstra volgde assurantiecursussen en werd verzekeringsinspecteur. In die functie kreeg hij eens een brief die hem danig verontrustte. Er stond in: ‘Je kunt beter mensen melken dan koeien’( die maatschappij bestaat gelukkig niet meer). Hij besefte dat hij wat anders wilde in zijn leven en volgde de catechetenopleiding in Groningen en behaalde daarna in Leeuwarden de 2e en 1e-graadsbevoegdheid voor godsdienstleraar. In 1978 ging hij voor de klas. Eerst werd het de Mavo in Waskemeer en later in Leeuwarden een school voor Mavo, Leao en Meao.
Zijn interesse voor theologie verflauwde niet. Hij had nog enkele baantjes, maar ging ondertussen in Utrecht theologie studeren. De combinatie van werken en studeren was zwaar. “Als mijn vrouw mij niet blijvend had gestimuleerd, was het waarschijnlijk niet gelukt,” zegt Ds. Hiemstra. Hij bekroonde zijn studie met de doctoraalbul. Nu kwam het ‘ambacht’ van predikant in het vizier. In 1990 werd dhr. Hiemstra ds. Hiemstra, eerst in De Krim en later in Wapenveld en Roden. In 2003 ging hij met emeritaat, maar stilzitten kon hij niet en daarom verleende hij tussen 2003 en 2011 bijstand in het pastoraat in Burum. Zijn werk is zijn hobby, maar daarnaast heeft deze predikant nog andere bezigheden. Hij en zijn vrouw tennissen drie keer per week. Hij is een verzamelaar van uiteenlopende spulletjes: modelauto’s, stenen, fossielen en oude trommeltjes. Ook kookt hij graag. Dat laatste komt heel goed uit, want Tiny, zijn vrouw, krijgt daardoor de gelegenheid zich twee dagen per week af te zonderen. In dat zelf gekozen isolement schrijft zij haar romans. Haar laatste boek ‘Verzwegen Kinderen’ is net verschenen. Onder haar echte naam Tiny Hiemstra-Hooijenga debuteerde zij met de roman ‘Omweg naar Geluk’. Wij van de Menorah zijn blij dat mevr. Hiemstra haar kok enige maanden wil afstaan aan onze gemeente. Wij hopen dat dit ‘omweggetje’ voor hen beiden een gelukkige route zal zijn. Voor ds. Hiemstra geldt dat na de twaalf ambachten er geen dertien ongelukken zijn gebeurd. De timmerman uit Wirdum kwam in dienst van de timmermanszoon uit Nazareth en deze dienst vervult hem met vreugde. Hij is een gezegend mens.
Henk Meijer

Op de Kandelaar 17
Van KV en JV naar GJV. Wordt dit een verhaal over een voetbaltransfer of betreft het hier een onderwerp voor een kerkelijke kwis? In het kader van ‘Op de kandelaar’ gaan we op bezoek bij Wiebren Paulusma, Splitting 148, in de hoop dat hij ons kan vertellen welke geheimen er schuil gaan achter de mysterieuze letters KV, JV en GJV. We bezoeken hem omdat hij deel uitmaakt van de tuinploeg. Deze groep van 15 mannen zorgt ervoor dat de tuin rondom de Menorah er altijd onberispelijk bijligt. Graag willen we onze tuinlieden aan de gemeente voorstellen, maar onze nieuwsgierigheid is zo groot dat we eerst meer willen weten van die magische lettercombinaties.
Wiebren Paulusma werd in 1938 op ‘e Tike geboren. Zijn ouders verhuisden nogal eens en zo kwam Wiebren via Opeinde en Burgum in Marrum terecht. “Toen ik 12 jaar was”, vertelt Wiebren, “mocht ik lid worden van de KV;dat was de afkorting voor Knapenvereniging. Wat een woord “Knapenvereniging”. Menigeen zal nu bij het horen ervan een muffe geur opsnuiven, maar vroeger was het een woord dat iets kloeks, iets parmantigs uitstraalde. Nu was je “knaap” en de lagere-schoolleeftijd ontgroeid.
Werd je 16 jaar,dan ging je naar de JV, de jongelingsvereniging. Je vervolgde je weg naar je persoonlijke- en kerkelijke volwassenheid.
Toen de meisjes en jongens samen het GJV (Gereformeerd jongerenverbond) gingen vormen, werd er een niet-onaardige dimensie aan je “opleiding” toegevoegd.
Wiebren Paulusma ging in Dokkum naar de christelijke LTS en volgde daar de opleiding voor machinebankwerker. Iedere dag 16 km heen en 16 km terugfietsen. Hij herinnert zich nog heel goed zijn leraar voor vaktekenen. Het was dhr.Dijkstra, de latere directeur van de christelijke LTS in Drachten.
In 1954 verhuisde Wiebren met zijn ouders, broer en zus naar Boornburgum. Dat betekende voor hem dat hij zijn opleiding aan de openbare LTS aan de Burg.Wuiteweg moest voortzetten. Voordat hij de school in Dokkum verliet, nam meneer Dijkstra hem apart en zei: “Wiebren, jongen, nu laat je het christelijk onderwijs achter je, maar vergeet niet wat je thuis en op deze school is bijgebracht. Wees trouw aan wat je meegegeven is.”
Na zijn militaire diensttijd kwam Wiebren terecht bij Dunlop-Enerka. In allerlei functies-onderhoudsmonteur, ploegenchef, afdelingschef en magazijnbeheerder-,leerde hij het hele bedrijf door en door kennen. Dat hij zijn ogen uitstekend de kost gaf, bleek, toen hij op de kantoorafdeling een aardig meisje in het vizier kreeg. In 1968 trouwden Baukje en Wiebren. Het echtpaar kreeg vier kinderen: twee jongens en twee meisjes. Wel tien jaar is hij diaken geweest, eerst in Boornburgum en later in de Fonteinkerk. Hier was meneer Dijkstra ouderling. Als ze elkaar zagen, moesten ze terugdenken aan de LTS in Dokkum.
In Drachten-Oost was hij 13 jaar lid van de evangeliesatiecommissie en nu al weer 6 jaar van de tuinploeg. Deze mannenpraat- en doegroep bestaat uit de volgende leden: Simon van Damme, Lieuwe Dijkstra, Durk Geertsma, Bart Hengst, Jan Hulzinga, Evert Kootstra, Andreï Krjutsjkov, Tjeerd Kuperus, Wiebren Paulusma, Ruurd Santbulte, Klaas Schotanus, Lammert Veenstra, Age Wesselius en Bouke Zoodsma. De 15 leden werken volgens een vast jaarschema. De eerste en laatste keer van het seizoen zijn ze allemaal in de weer en verder komen drie leden om de 14 dagen naar de Menorah om met hark en spade de “gewijde” grond te bewerken. De saamhorigheid in de groep is groot. De manschappen genieten iedere herfst weer van de leuke afsluiting van het seizoen met een hapje en een drankje. In het voorjaar zullen ze met genoegen “grondig” hun werk hervatten.
We bedanken Wiebren hartelijk voor het gesprek en beseffen dat je op het kerkelijk erf je handen zowel lichamelijk als geestelijk uit de mouwen kunt steken.
Henk Meijer

Op de Kandelaar 16
Een les in aardrijkskunde is niet overbodig. Waar ligt Kirgizië eigenlijk en is dit land hetzelfde als Kirgistan? Voor de beantwoording van deze vragen gaan we op bezoek bij de familie Krjutsjkov, Veenscheiding nr. 7.
Stella, geboren in 1963 en Andreï,geboren in 1964, zijn graag bereid te vertellen over hun land van herkomst. Inderdaad is Kirgizië hetzelfde als Kirgistan. Dit land was vroeger één van de Sovjetrepublieken, maar nu is het een zelfstandige staat met een eigen president en een eigen vlag. We kunnen het op de kaart vinden in Centraal-Azië. De bevolking van Kirgizië bestaat voor 90% uit Moslims, terwijl 10% tot het Christendom (Oosters Orthodox) behoort. Stella was eerst verpleegkundige, ging daarna naar de universiteit waar zij opgeleid werd tot gynaecoloog. Als zodanig heeft zij enige jaren gewerkt; later werd zij huisarts. Andreï, een technisch man, was achtereenvolgens machinebankwerker, chauffeur op een kiepauto en taxichauffeur. Vanwege etnische problemen en de heersende corruptie zijn Stelle en Andreï samen met hun zoon in 2001 naar Nederland vertrokken. Er volgden heel wat omzwervingen: Ter Apel, AZC in Harlingen, AZC in Drachten, een huis aan de Valkstraat en nu dus in een huis aan de Veenscheiding. De begeleider uit Harlingen bracht de familie Krjutsjkov in contact met de gemeente rondom de Menorah. Dat was een gouden greep, vertellen Stella en Andreï, want hier ontmoetten zij mensen die beseften dat de gemeente van Christus een gastvrije gemeente dient te zijn. Zonder anderen te kort te doen, schieten allerlei namen hun spontaan te binnen. In willekeurige volgorde: Ate Klomp, de families Quarré, Holwerda, Lemson, Jansen, Henny van der Spoel, Akke Oppewal. Mee door deze mensen zijn Stella en Andreï zich helemaal thuis gaan voelen in de Menorah. Andreï klust en verft in de kerk en is één van de vrijwilligers bij de jaarlijkse bazaar. Vandaar dat de familie in de rubriek ‘Op de kandelaar’ een plaats krijgt. Wat hun zo aanspreekt in deze gemeente? Ze waren gewend in de Orthodoxe kerk in Kirgizië tijdens de soms drie uur durende dienst te staan en nu kunnen ze gewoon gaan zitten. Maar dat is slechts bijzaak. Het gevoel erbij te horen, samen te zijn, samen koffie te drinken en een praatje maken, dat zijn zaken die het gevoel geven welkom te zijn.
Er zijn wel problemen. Na tien jaar is er nog steeds geen duidelijkheid over hun toekomst. Binnenkort moeten ze wéér naar Brussel naar het consulaat om een stempel te halen in hun paspoort. Maar Stella en Andreï willen leven bij de dag: geen zorgen voor de dag van morgen,zoals het Evangelie zegt. “Uiteindelijk weten we”, zeggen ze,”dat God voor ons zorgt”.
De vlag van Kirgistan heeft in het midden een grote cirkel die zonnestralen “uitzendt” en daar binnenin is een nomadentent afgebeeld. We hopen voor de familie Krjutsjkov dat de zon gaat schijnen in hun leven, dat er een eind komt aan hun nomadenbestaan en dat het rood-wit-blauw het symbool mag worden van een nieuwe toekomst.
Henk Meijer

Op de Kandelaar 15

Waar zou Heideanjer nr.9 zijn? Hoort die straat ook bij de wijkgemeente rondom de Menorah? Voor de rubriek ‘Op de kandelaar’ moeten we deze keer zijn bij Linda en Heero van der Veen. Het blijkt dat deze mensen vlak bij het Adverium zijn neergestreken. In de loop van het gesprek wordt al spoedig duidelijk waarom zij daar zijn gaan wonen.
Linda, geboren in 1981 te Helvoirt (bij Tilburg), heeft namelijk een bouwkundig adviesbureau in één van de ruimten in hun huis. Zij komt uit een echt Rooms Katholiek gezin. Zij en haar ene zus gingen in Brabant naar een katholieke school en in de kerk deed zij haar eerste communie en kreeg zij door de bisschop het vormsel(=zegening met de Heilige Geest) toegediend.
In Tilburg volgde zij aan de MTS de bouwkundeopleiding. ’s Avonds studeerde Linda verder. Ze is in het bezit van alle diploma’s die nodig zijn om het beroep van aannemer uit te oefenen.
Heero van der Veen, geboren in een Gereformeerd gezin met vier kinderen, bleef dicht in de buurt. Van Ureterp aan de Feart naar het Adverium in maar een ‘hoannestap’. Aan het toenmalige Ichthus College behaalde hij zijn Havo-diploma en daarna ging hij naar de HTS in Groningen voor de studie bouwkunde. Voor deze exact-aangelegde man waren het de berekeningen voor allerlei constructies die hem boeiden. Toen Linda en hij al getrouwd waren, reisde Heero om de veertien dagen op zaterdag naar Amsterdam. Aan de HTI(=hoger technisch instituut) volgde hij drie jaar lang les in zowel beton- als staalconstructies. Hij werkt nu in Heerenveen op een ingenieursbureau. Nu hij dit verteld heeft, snappen we heel goed waarom deze man in onze wijkgemeente de functie van kerkmeester vervult. De scout van de Menorah heeft zijn ogen en oren goed de kost gegeven. Heero moet toezien op onderhoud en beheer van het kerkgebouw en van de woning aan de Splitting. Hij zorgt voor het sleutelbeheer, voor het aansturen van de tuin- en klusploeg, maakt voor de Algemene Kerkenraad een begroting en regelt zaken als er defecten zijn. Ook moet hij in de toekomst het gebouw energiezuiniger zien te krijgen. Kortom het is zijn taak ervoor te zorgen dat de gemeente op zondagmorgen veilig en ongestoord kan samenkomen. Linda- ze is nog ¾ jaar ouderling geweest- en Heero zijn in 2002 getrouwd. Een meisje uit Brabant en een jongen uit Friesland vonden elkaar in Drenthe, op de camping ‘Het Land van Bartje’. Hun leven verliep niet uitsluitend in vakantiesfeer. In 2006 werd Anniek geboren. Ze moest direct geopereerd worden en moest 12 weken in het ziekenhuis blijven. In 2010 op 31 januari, kwam zoontje Iwan ter wereld. Weer waren er grote zorgen. Iwan heeft een open lip, kaak en gehemelte. Er zullen nog vele operaties moeten volgen. Maar, zeggen ze, telkens was er de steun van de gemeente. Wel 100 kaarten en cadeautjes hebben we ontvangen. Gemeente van Christus zijn is geen loze kreet gebleken. Ondanks hun zorgen houden ze staande: We hebben ons jongste kind bewust de naam ‘Iwan’ gegeven. Die naam betekent ‘God is genadig’. Voor zo’n belijdenis maakt het niet uit of je katholiek en gereformeerd bent opgevoed.
Bij het Adverium wonen blijmoedige en bedrijvige mensen. Wij van de Menorah zijn dankbaar dat Linda en Heero ook voor onze gemeente in de weer willen zijn.
Henk Meijer

Op de Kandelaar 14
Opa is verdwenen,

Opa is verhuisd. Daar willen we meer van weten en daarom gaan we op bezoek bij Rindert Jansma, Bûtewacht 20. Zou hij ons kunnen inlichten omtrent deze zaak? In het kader van “Op de kandelaar” gaan we dat aan hem vragen. Wel 30 jaar heeft er een grote papiercontainer gestaan in Drachten-Oost, eerst twee keer per maand, later één keer. Het was een initiatief van het jeugdwerk rondom de Menorah: papier inzamelen voor het Forster Parents Plan. In het begin bracht het oud papier zoveel geld op dat er vier kinderen van konden worden gesponsord; later was er geld voor twee kinderen in een Derde wereldland.
De Oud Papier Aktie (Opa) hield in dat de container op vrijdagmiddag werd geplaatst. ’s Avonds om 21 uur sloot een vrijwilliger deze. Op zaterdagmorgen werd hij weer geopend en om 13 uur gesloten. Goede controle en het opruimen van de rommel zaten natuurlijk ook in het “takenpakket”. Het waren de families Faber en Adema van de Middelwijk die in het begin de kar trokken. De laatste jaren bestond de papierploeg uit Bauke Deinum, Henk van der Heide, Ytzen Hemrica, Rindert Jansma, Wietze Oevering en Douwe van Wieren. Er zijn meer mensen geweest die Opa hebben geholpen, Om daar achter te komen zou je “Opsporing verzocht” kunnen inschakelen.
Rindert Jansma, geboren in 1957, en zijn vrouw Afke wonen sinds 1982 in Drachten. In Marrum hadden ze elkaar al vroeg leren kennen. In een klein dorp- bovendien waren beide gezinnen lid van de Gereformeerde kerk- was een ontmoeting niet zo moeilijk te arrangeren. Rindert volgde in Leeuwarden aan de Bakkerij- en horecavakschool de opleiding voor kok. In Hotel “De Posthoorn” in Dokkum bakte hij geen zoete broodjes maar wel de heerlijkste biefstukjes. Toen hij in militaire dienst was, werd hij wéér kok en kreeg een prachtige titel: Rindert werd menagemeester. Hij volgde cursussen voor de grootkeuken en instellingskok. In Dordrecht was hij werkzaam in een ziekenhuis voordat het gezin naar Drachten verhuisde, waar Rindert zelfstandig instellingskok in Maartenswouden werd. Toen men daar de keuken sloot, werd hij overgeplaatst naar de afdeling ICT.
Afke is altijd werkzaam geweest in de administratie, o.a. bij de Rabobank. Nu werkt zij voor 50% als secretaresse in Nij Smellinghe. Het gezin Jansma heeft twee zonen gekregen.
Afke was betrokken bij de kindernevendienst en bij de tienernevendienst. Bovendien was ze 8 jaar contactpersoon. Zowel Afke als Rindert hebben hun sporen in het kerkelijk werk wel verdiend. De laatste tijd zien we hen niet zo vaak meer in de Menorah. Het geloof hebben ze wel behouden. Daarvan zingen ze op zondag nogal eens in kerkdiensten omdat ze beiden lid zijn van het “Regenboogkoor”.
De gemeente rondom de Menorah wil Aafke en Rindert bedanken voor het vele werk dat ze hebben verricht. En de dank aan Rindert geldt ook voor allen die goed voor Opa hebben gezorgd. Hij is nu verhuisd naar de gemeente Smallingerland, maar hij denkt met weemoed terug aan al die menagemeesters van het Oud Papier.
Henk Meijer

Op de kandelaar 13
Waar Maas en Waal te samen spoelt
En Gorcum rijst van ver
Verheft zich op den linker zoom
En spiegelt in den breden stroom
Een slot van eeuwen her.
Tollens

Daar in het Land van Heusden en Altena ligt het imposante slot Loevestein en wat verderop vinden we een aardig dorp aan de Afgedamde Maas, namenlijk Veen. Dat komen we allemaal te weten als we op bezoek zijn bij Annie en Bart van Heeringen. In het kader van “Op de kandelaar” bezoeken we hen om nader kennis te maken en om te informeren naar het inmiddels grijze ”bloemenmeisje”, dat er al meer dan 32 jaar voor zorgt dat er op zondagmorgen bloemen op tafel staan.
Annie van Heeringen vertelt en Bart vult aan. Zij werd geboren in een Hervormd gezin(Geref.Bond) in 1942 in het dorp Veen. Annie bezocht de lagere school en de Mulo. Het was, zegt Bart, een gezin dat je het best kunt typeren als ”De zoete inval”. Er waren 7 kinderen die met hun vrienden en vriendinnen veel vrolijkheid brachten. Zingen rondom het harmonium – Annie heeft nog or-gelles gehad - was een vast programmapunt. Annie ‘s vader was handelaar en boer. Hij kocht, verkocht en transporteerde grind, zand, vee en fruit. Bart, geboren in Wilnis, was schipper. Later werkte hij in het baggerbedrijf van zijn vader. Deze gereformeerde jongen kwam via de afgedamde Maas naar Veen en belandde al snel in “De zoete inval”. Het klikte tussen Annie en Bart en in 1967 trouwden ze. Het echtpaar heeft inmiddels drie kinderen, Klaas, Marieke en Marc en vier kleinkinderen.
Een huis vinden was in de jaren’60 niet zo eenvoudig. Annie en Bart begonnen samen op een weekendschip dat eerst in Amersfoort en later in Wilnis en in Lage Zwaluwe lag. Het scheepsjournaal vermeldt tenslotte dat Annie en Bart op een woonark in Leeuwarden hebben gewoond en in 1972 naar Drachten zijn ver-huisd. Nu wonen ze al 38 jaar aan de Stelpswijk. Zijn ze “aan lager wal geraakt?” Wij van de Menorah weten beter.
Wie zoveel verschillende havens aandoet, kan gemakkelijk uit de kerkelijke boot vallen. Dat is hun, beamen ze, gelukkig niet overkomen. Vreugde vinden in het geloof hebben ze van vroeger meegekregen en kunnen vasthouden. Ze vonden kerkelijk een dak boven hun hoofd. Was Bart 20 jaar ouderling, Annie is nog steeds “Ons bloemenmeisje”. Ze was dat in de Kapelkerk, in de Grote Kerk, in de Ark en nu al weer jaren in de Menorah. Vroeger moest Annie op zaterdag-morgen wel 10 km fietsen: sleutel halen, naar de markt voor de bloemen, bloemen plaatsen en dan de sleutel weer wegbrengen. Nu koopt ze iedere donderdag twee bossen bloemen, vers van de veiling en… heeft inmiddels een eigen sleutel. Nee, het zijn geen hervormde of gereformeerde boeketten meer. Die tijd hebben we gelukkig gehad. Iedere zondagmorgen staan de bloemen in de Menorah en telkens zijn er gemeenteleden bereid om ze na afloop van de dienst weg te brengen naar mensen uit onze wijk die een speciale attentie zeker op prijs zullen stellen.
Wij zijn Annie van Heeringen dankbaar omdat zij in kerk en huis steeds op-nieuw zorgt voor kleur en fleur en een zweempje geur.
Henk Meijer

Op de Kandelaar 12
We leven in een tijd waarin naast het woord het visuele een grote -sommigen zeggen een overheersende -invloed heeft op ons mensen. Een beamer in de kerk is een teken dat de kerk “bij de tijd”is . Deze keer zal het beamerteam via dit geschreven woord enigszins zichtbaar worden. Daartoe gaan we op bezoek bij Jan ten Hoor. Hij vertelt ons dat het team bestaat uit 8 leden: Michael Nijenhuis, de coördinator, Bauke Deinum, Alex de Groot, Wietze Knol, Jan Ype Krol, Reinier Tel, Andries Tuinenga en natuurlijk hijzelf. Vanaf 2007 maakt Jan ten Hoor deel uit van het beamerteam. Dat hij een technisch man is wordt al direct duidelijk als we binnen zijn en de mooie nieuwe keuken bewonderen die hij zelf geplaatst heeft. Hij is werkzaam bij een technische groothandel en is daar precies op zijn plaats. Jan komt uit een Hervormd nest. “ Mijn overgrootvader is nog predikant in Rottevalle geweest”, vertelt hij.”Wij kerkten vroeger altijd in de Kapelkerk en later in de Grote kerk”. Bij mevr. Broerse-Van der Veen en Ds. Hofstra hebben Jan en zijn vrouw Sandra samen belijdenis gedaan. Altijd zijn ze bij de kerk betrokken gebleven. Hij was 12 jaar diaken en wilde daarna iets voor de kerk blijven doen. Lid van het beamerteam zijn is dan ook zeer passend.

Wij als kerkgangers zien op zondagmorgen het resultaat van het werk dat letterlijk achter de (computer)schermen plaatsvindt. Waaruit bestaat dat werk? Op donderdag komt de liturgie binnen en op vrijdag het menoraviertje. Ook de gegevens van de kindernevendienst komen in de mailbox. Het dienstdoende lid van het beamerteam rangschikt alle gegevens en plaatst er soms nog een afbeelding bij. Daarna komt alles op een USB-stick (=soort geheugenkaart) te staan. Op zondagmorgen om 8.45 uur wordt in de Menorah de laatste hand gelegd aan de PowerPoint presentatie. (Geachte lezer, gelukkig hoeven u en ik zich al die technische termen niet eigen te maken) Uit het hele verhaal van Jan kun je duidelijk afleiden dat het beamerteam al enkele uren bezig is geweest voordat wij als gemeenteleden rustig de liturgie vanaf het scherm kunnen volgen. Jan is duidelijk een voorstander van het gebruik van de beamer: Nu kunnen we liederen uit allerhande bundels presenteren en die samen zingen. Nieuwe liederen uit bijvoorbeeld ”Tussentijds” of oude uit de bundel van Johannes de Heer, beide kunnen naast de psalmen en gezangen aan bod komen. Jan verzekert dat het ”beamerwerk” met plezier gedaan wordt. Daar komt bij dat je ervaart dat dit werk een zinvolle bijdrage is aan de eredienst. Iedere eredienst begint met de “adressering”: Gemeente van Christus. Van die gemeente deel te mogen uitmaken geeft het beamerwerk een extra dimensie. Met die goede woorden in ons achterhoofd verlaten we het huis van Jan
en Sandra.
Henk Meijer

Op de Kandelaar 11
Deze keer zijn we te gast bij de familie Holwerda aan de Uitgang. Jan en Wilma verzorgen al  enige jaren de huiscatechese en daarom mag het licht deze keer op hen vallen. Op  vrijdagavond vindt het gesprek plaats, want die tijd past Jan het best aangezien hij door de  week in Baarn verblijft voor zijn werk.

Wilma werd in 1962 in Leeuwarden geboren in een gereformeerd gezin .Ze heeft een oudere  broer. Ze volgde na de Mavo de in-serviceopleiding in Drachten en is vanaf 1984  verpleegkundige in Nij Smellinghe. Eerst had ze een volledige baan, maar nu werkt Wilma  nog voor 50%.
Jan, geboren in 1957, groeide op in een ouderwets gereformeerd gezin. ’s Zondags twee  keer naar de kerk was vanzelfsprekend in Cornjum/Britsum. Hij is de vierde in de rij van 11  kinderen. Was de loopbaan van Wilma heel gelijkmatig, die van Jan kende veel variatie. Hij  volgde de Mavo in Leeuwarden en de lts-c-stroom elektrotechniek. Daarna verbleef hij als  marinier 9 maanden op de Antillen. Vanaf zijn 21ste jaar is Jan werkzaam bij de  marechaussee. Aan afwisseling geen gebrek: o.a. naar Libanon( Unifil), naar Den Haag  (wacht bij de Generale Staf van de landmacht), naar Nieuwe Schans (grensbewaking), en nu  naar Baarn (personeelsfunctionaris).
Twee verschillende levens kruisten elkaar op een wel zeer bijzondere wijze. De moeder van  Wilma en de moeder van Jan lagen in het ziekenhuis op dezelfde kamer. Daar kregen ze  natuurlijk bezoek van hun kinderen. Maar ontvingen de moeders voldoende aandacht van  hun kroost? Die vraag komt vanzelfsprekend boven als je beseft dat Jan en Wilma enige tijd  later met elkaar trouwden. Op 1 mei van dit jaar was dat 25 jaar geleden. Hun huwelijk werd  gezegend met twee zonen: Jacob André (23 jaar) en David (20 jaar).
Vanaf het begin kerkten Jan en Wilma in de Menorah. Hun inzet voor onze gemeente blijkt  zonneklaar als we de zaken noemen waarbij zij in de afgelopen jaren betrokken waren.  Wilma is al meer dan 10 jaar contactpersoon. Jan was 5 jaar bezoekouderling, lid van de  commissie vorming en toerusting, 5 jaar voorzitter van deze commissie en daarom ouderling.  De laatste jaren houden zij zich samen bezig met de huiscatechese. Hoe dat in zijn werk  gaat? Ds. Aafke Nicolai zorgt voor de aanmeldingen, Zo’n 8 keer per seizoen komen  ongeveer 14 jongelui( tussen de 12 en 16) op zondagavond op bezoek bij de familie  Holwerda. Het is logisch dat deze actieve mensen gekozen hebben voor een actieve vorm  van catechese. Via de e-mail worden de jongelui van te voren geïnformeerd wat het  onderwerp zal zijn. Bij toerbeurt opent of sluit één van de jongeren de bijeenkomst. Is men  eenmaal in de huiskamer dan worden de jongelui verdeeld in kleine groepjes om het  onderwerp te bespreken. Daarna volgt de gezamenlijke slotronde. Iedereen komt aan de  beurt, allen komen aan het woord. Wilma en Jan maken zich wel eens zorgen omdat er  jongeren zijn die afhaken. De boodschap van Jezus Christus is een geweldige boodschap.  Het is de moeite waard die door te geven. ”Misschien”, zegt één van hen, “gooien we iets in  hun rugzakje waarop de jongeren later terug kunnen vallen”. Jongeren-catechese bij Jan en  Wilma Holwerda: een zaaier ging uit om te zaaien! Zal de bodem vruchtbaar zijn? We weten  het niet. Eén ding is zeker: de gemeente rondom de Menorah is Jan en Wilma dankbaar dat  zij dit werk willen doen uit naam van hun Heer.
Henk Meijer


Op de kandelaar 10
“Kan uit Nazareth iets goeds komen?” Dat was in het oude Israël een vraag waarop stilzwijgend negatief werd geantwoord. Dat er uit Nazareth wel iets goeds kan komen, blijkt als we op bezoek gaan bij de familie Kooistra, aan de Gernaerd nr.10. De naam “Gernaerd” is een verbastering van “Genezareth” dat op zijn beurt het vroegere Nazareth aanduidde.
In Nazareth, pardon, aan de Gernaerd, staat de koffie klaar. De familie Kooistra woont al jaren in Drachten na nogal wat omzwervingen.
Een Vrij-Evangelisch meisje uit Oudebildtzijl en een Gereformeerde jongen uit Scharnegoutum gaven elkaar in de kerk van Wieringerwerf in 1957 het ja-woord. Teake was bakker en aangezien alle mensen brood eten, kon hij op vele plaatsen (o.a Dronten en Creil) terecht. In 1968 was het bakker Reijenga die graag van zijn diensten gebruik maakte en daarom verhuisde de familie Kooistra toen naar Drachten. Het echtpaar werd gezegend met drie dochters, drie zonen en zestien kleinkinderen. Eerst kerkten zij in de Aula van de vroegere L.T.S. en daarna al 40 jaar in de Menorah. Het is typerend dat Teake en Maaike de Oase nog nooit van binnen hebben gezien.”Wij horen”, zeggen ze, ”in de Menorah en dominees nalopen doen we niet”. Achter in de kerk, op de verhoging, nemen ze iedere zondag plaats.
Wij zouden “Gernaerd 10” het perscentrum van onze wijk kunnen noemen. Om de 14 dagen worden hier ongeveer 350 kerkbodes en ook nog 100 Elizabethbodes bezorgd. Als de familie Kooistra met vakantie gaat, kiest ze een tijd uit waarop er geen bladen worden afgeleverd. De Elizabethbodes worden naar de bezorgers gebracht en de kerkbodes worden afgehaald. Dhr. Veen van de Engwerd, inmiddels 85 jaar en één van de 20 bezorgers, neemt telkens 40 exemplaren voor zijn rekening.
Mevr. Kooistra was vroeger lid ven het V.Z.T.( Vrouwen Zendings Thuisfront). Ook is ze vier jaar ouderling geweest. Dhr. Kooistra is lid van de Evangelie-satiecommissie, maar van vergaderen houdt hij niet.
Al ongeveer 30 jaar worden de kerkelijke bladen bij Maaike en Teade afgele-verd. Hun inzet voor de kerk heeft te maken met hun geloof. “Nee”, zegt zij, “we zijn geen mensen die snel over het geloof beginnen te praten, maar het is wel de grond van ons bestaan”. Drie jaar geleden was Teake ernstig ziek. Dan besef je nog beter hoe belangrijk het geloof voor je is. Psalm 8 is een lievelingspsalm: “Wat is de mens dat Gij hem gedenkt”. Er zijn liederen die met je meegaan en die verwoorden wat er in je leeft. Lied 470 is een lied dat hun erg aanspreekt: “Wat vlied’of bezwijk’, getrouw is mijn God, Hij blijft aan mijn zij in’t wisselend lot”.
Als we “Persbureau Gernaerd 10” verlaten, is er maar één conclusie mogelijk: “Uit Nazareth is veel goeds gekomen”.
Henk Meijer

Op de kandelaar 9
  Er woont een dame aan de Leijen
  Die vrolijk gaat uit rijen.
Als je iemand voor de rubriek ”Op de kandelaar” gaat interviewen, kom je vaak voor verrassingen te staan. Bij de afspraak met Anneke Boersma, de Leijen 30, voorzitter van de Kindernevendienstcommissie was het niet anders.

Nog voor we zaten, waren we al samen met haar man Ico in de garage. Inderdaad, de dame van de Leijen gaat wel eens uit rijden. We troffen een prachtige rode oldtimer aan. Het was een MG-sportwagen met open dak van 1972, waarmee Anneke en Ico de dag tevoren nog waren wezen toeren. Ico heeft de auto helemaal zelf opgeknapt. Met zo’n open auto heb je een ruim zicht en dat past wel bij Anneke.
Ze werd in 1963 in Dokkum geboren. Ze is de middelste in een gezin met vijf kinderen. Ze groeide op in Drachten waar ze Ico leerde kennen. Er was wel een kwestie die bijzondere aandacht vroeg. Kwam Ico uit een gereformeerd gezin, Anneke had een christelijk gereformeerde opvoeding genoten. Ze gingen samen op catechisatie, zowel bij Ds.Hansen (geref.) als bij Ds.Langbroek (chr.geref.) Ze besloten bij Ds.Hansen belijdenis te doen. Na de Mavo volgde Anneke de opleiding tot verpleegkundige in Leeuwarden. Dat was haar eerste niet christelijke school.”Maar”, vertelt ze,”er werd nergens zoveel over het geloof gepraat als juist daar. Gewoonlijk staan alle neuzen dezelfde kant op waardoor het gesprek minder intens wordt. Op deze school echter moest je wel duidelijk maken waar je voor stond.”
Toen Anneke drie jaar was wist ze reeds dat ze in de verpleging wilde. Op haar 18e jaar was ze klaar met haar opleiding en begon haar loopbaan. Ze werkte o.a. in Lindenstein, in het verpleeghuis Anna Schotanus in Heerenveen en in Bertilla (o.a. afdelingshoofd). In 1984 trouwde ze met Ico. Het echtpaar heeft twee kinderen: Durk 22 jaar en Anna 18 jaar. Toen de kinderen klein waren, werkte Anneke 6 jaar niet, dat wil zeggen, ze had toen geen betaalde baan. Stilzitten past helemaal niet bij haar. De termen: leesmoeder, knutsel-moeder en computermoeder spreken voor zich.
Vanaf 1998 werkt Anneke in Nij Smellinghe. Via neurologie en cardiologie werkt ze nu drie dagen per week op de poli chirurgie.
Ze wordt niet opgeslokt door werk en hobby’s. Ze maakt tijd vrij voor andere zaken. Anneke is lid van de commissie eredienst, van de bazaarcommissie en vanaf 1996 is ze lid van de kindernevendienstcommissie. Deze commissie bestaat verder uit Kirsten Bijland, Marjan de Groot, Jeannette Knol, Ineke Krol, Hieke Nijenhuis, Gea Postma, Geranda Schutter en Monique Tiekstra. De commissie bereidt de nevendiensten goed voor. Men maakt gebruik van materiaal dat landelijk wordt uitgegeven, onder andere ”Kind-op- zondag” en “Bonnefooi” van de stichting Kinderdienst. Vooral de projecten met Kerst en Pasen vragen veel tijd: materiaal uitzoeken, werkjes voorbereiden, overleg met organisten, predikanten, beamercommissie, commissie liturgisch bloemschikken.
Anneke heeft haar plaats in de Menorah helemaal gevonden. Ze moest wel een omslag in haar denken maken, merkt ze op. Vooral ten aanzien van de Bijbelbeschouwing. ”Niet alles is zo zwart-wit als ik vroeger dacht. Nu vraag ik me vaak af: wat vind ik er zelf van? Jona in de walvis? Is het een leerverhaal?”
In de kerkdienst zingt ze graag. Psalm 42 waarin het diepe verlangen naar God klinkt, spreekt haar aan. “Een vaste burcht is onze God” hoort ook bij haar geliefde liederen.
Welke liederen zouden Anneke en Ico zingen als ze in hun rode sportwagen rondtoeren? De klanken zullen verwaaien in de wind. We mogen echter geloven dat het vele werk van de mensen van de kindernevendienst niet zo vluchtig zal zijn, maar vruchtbaar en gezegend zal worden.
Henk Meijer

Op de Kandelaar 8
Het was 1936 toen Diny Huisman in Zutphen geboren werd. Al spoedig verhuisde de familie naar Warnsveld en daar in het Gelderse groeide zij op. Vandaag zetten we voor Diny het licht op de kandelaar, zodat verschillende facetten van haar leven in het oog vallen.
Aan de Langewijk op nr.13, waar Diny Huisman al 39 jaar woont, staat de koffie klaar. Zij is bereid wat over haar leven te vertellen. Ze komt uit een gereformeerd gezin. Ze had twee broers en twee zussen en woonde, dat weet ze nog heel goed, in een groot huis met een hoge trap. Als het zondagmorgen was, stond vader onder aan de trap en riep:”Wakker worden, jullie mogen naar de kerk.” Naar de kerk, dat was vanzelfsprekend, evenals naar de meisjesvereniging gaan. Naast vaders bezigheden in de fijnstrijkerij deed hij veel aan kerkenwerk. Diny heeft dat dus niet van een vreemde. Vader was vooruitstrevend. Geen kerstboom in de kerk? Dat vond hij maar enghartig.
Diny leidde in Warnsveld de zondagsschool.
In 1961 trouwde ze met Bert Huisman uit Wolvega die in Warnsveld werkte. Het echtpaar kreeg drie dochters. Ondertussen zijn er ook vier kleinkinderen.
Diny is al 24 jaar hoofdcontactdame en zeker al 12 jaar ouderling, eerst bij Ds. Heiner en later bij Ds.Ramaker. “Maar,”zegt ze,”in september stop ik echt, hoe moeilijk het ook is om nieuwe mensen te vinden.”Diny is de laatste vier jaar ouderling in de Dwarswijkflat. Als ze op bezoek gaat, neemt ze graag een gedichtje mee. Ze is helemaal bij de tijd. Op de laptop zoekt ze op internet naar een passend gedicht dat ze daarna uitprint. Het einde van haar “carrière” is nu echt in zicht. Over haar opvolging heeft ze een dubbel gevoel.”Ik begrijp heel goed dat het veel van je vraagt om ouderling te zijn als je nog een baan hebt, maar aan de andere kant snap ik eigenlijk niet dat er geen nieuwe mensen gevonden kunnen worden. Als je gelooft, kun je toch niet alleen voor jezelf leven.”
In 2004 kwam er een groot verdriet in haar leven. Haar man Bert stierf na een korte periode van ziekzijn. Opstandig is hij niet geweest. Hij kon aanvaarden dat zijn tijd gekomen was. Dat geldt ook voor Diny. “je moet”, zegt ze zachtjes voor zich uit,”dingen kunnen overgeven, ook al blijft de leegte. Dat geldt ook voor de grote politiek. Wat er ook gebeurt, God houdt de wereld in zijn hand.”
Als we afscheid nemen en de fiets pakken blijft één regel nog een hele poos “hangen”:”Ik geloof en daarom zing ik”. Wat een voorrecht zulke mensen in de Menorah te mogen ontmoeten.
Henk Meijer

Op de Kandelaar Nr. 7
Deze keer staat ds. Aafke Nicolai in het middelpunt. Sinds enkele maanden is ze werkzaam in onze wijk. Ze heeft zichzelf al voorgesteld op de wijkavond, maar omdat niet iedereen aanwezig was lijkt het goed  onze ”nieuwe” predikante nogmaals aan u voor te stellen. Een oude onderwijsslogan luidt:”Meneer Van Dalen,  je moet veel herhalen”.
Ds. Aafke Nicolai werd in 1964  in een gereformeerd gezin in Dokkum geboren.  Haar beide ouders zaten in het onderwijs. Het was dan ook helemaal niet vreemd dat Aafke na haar atheneumdiploma naar Groningen ging om aan de P.A. te studeren. Toch werd het geen loopbaan in het onderwijs. Toen zij klaar was met de studie waren er in die sector helemaal geen banen. Voor stilzitten is ds. Nicolai niet in de wieg gelegd. Ze besloot in Groningen te blijven en met de studie Theologie te beginnen, inclusief de kerkelijke opleiding. In 1994 was ze klaar om predikant te worden. Eerst was ze drie jaar lang werkzaam als geestelijk verzorger in Leeuwarden en in het Algemeen Psychiatrisch Ziekenhuis Drenthe te Beilen. Dit waren geen verloren jaren, integendeel. Ze besefte hoe bevoordeeld je bent als je in een “normaal” gezin geboren wordt. Ondertussen was ze met Yme getrouwd en achtereenvolgens werden Maaike en Wybe geboren.
Ds. Nicolai werd in 1997 als hervormd predikant bevestigd in Gaasterland: Harich-Ruigahuizen, Oudega-Kolderwolde en Elahuizen. Haar man Yme kreeg gelijktijdig werk in een zorgcentrum voor ouderen en is dat nog. In 2003 werd ds. Aafke Nicolai in Drachten beroepen. Ongeveer tien dagen diende ze als hervormd predikant, daarna nog eventjes in de “samen-op-weg-gemeente.”
Sinds 2004 is ze werkzaam in de PKN. Vanaf vorig jaar  is haar werkterrein behalve in Wijk Zuid ook  in en rondom de Menorah. Haar pastorale werkterrein is de Venen, van Nij Smellinghe tot ongeveer de Middelwijk en het verlengde van de Langewijk.
Preken, zegt ze, doet ze graag. Een preek máken ook, als het lukt tenminste. Die begint altijd met de aanhef: ”Gemeente van Jezus Christus”. Dat is niet een loze vrome zinsnede, maar de uitdrukking van het besef dat we op zondagmorgen niet zomaar als gezelligheidsclubje bijeen zijn gekomen, doch als volgelingen van onze Heer om bemoedigd en onderwezen te worden.
Als het goed is, zegt ds. Nicolai,moeten wij geraakt worden door het Woord. Humor in de preek kan daarbij ook een middel zijn. Immers humor brengt een emotie teweeg en emoties in het algemeen kunnen ons ontvankelijk maken. Haar eerste preek op 20 december 1992 herinnert zij zich nog heel goed.”Het was adventstijd en ik was hoogzwanger. De preek ging over de ontmoeting van Elizabeth en haar nicht Maria. Zo’n biologische en theologische samenloop van omstandigheden blijft je altijd bij”.
Sindsdien heeft ze vele malen mogen preken. Ze houdt zich daarbij meestal aan het preekrooster. De boeken “Prediker”en “Spreuken”zijn bij haar geliefd en passen goed bij haar wat filosofische inslag die in het gesprek telkens even merkbaar wordt. Het boek van rabbijn Kushner: “Als het kwaad goede mensen treft” dat ze pas heeft gelezen, getuigt daarvan. Ook het boek “Jongeren verleiden tot God” waarin de vraag aan de orde komt wat er in het leven wezenlijk toe doet,wijst in die richting. Behalve theologische boeken leest ds. Nicolai graag absurdistisch proza. Het gaat in dit geval om boeken waarin dingen gebeuren die eigenlijk niet kunnen, maar die je wel aan het denken zetten. Ze noemt in dit verband “Norrlandse Aquavit” van de Zweedse schrijver Torgny Lindgren. Heeft ze wel tijd om te lezen, piano te spelen en te studeren? “Ik heb”,zegt ze, “sinds ik de Klinisch Pastorale training heb gevolgd, me voorgenomen iedere morgen van 8 tot 9 een boek ter hand te nemen en dat lukt me. Ik heb geleerd goed voor me zelf te zorgen zodat ik het werk in de gemeente zorgvuldig en blijmoedig kan verrichten. Dat werk is veelzijdig. Ik ben een generalist, de charme van de afwisseling  stel ik  bijzonder op prijs . Preken, omgaan met jongeren, luisteren naar de levensverhalen in het pastoraat, deze zaken passen bij ds. Aafke Nicolai.
Meneer Van Dalen…..nu niet meer herhalen. We weten nu heel wat over onze “nieuwe” predikante en daar danken we haar hartelijk voor.
Henk Meijer 

Op de Kandelaar 6

Het licht komt weer onder de korenmaat vandaan en valt nu op de familie Oosterloo. Vanaf 1980 wonen Hilly en Piet aan de Middelwijk. Wie aan de familie Oosterloo denkt, denkt direct aan evangelisatiewerk. Over dat werk en over henzelf komen we van alles te weten als we voor gesprek en koffie aanschuiven aan een hoge triangelvormige tafel.
Hilly, geboren in Oudehaske, groeide op in een gereformeerd gezin met vier kinderen, van wie zij de jongste is.”Wij kerkten”, zegt Hilly, “altijd in Heerenveen. Ook mijn werk was daar. Ik werkte in een zaak voor damesconfectie en babyuitzet. Dat heb ik altijd met veel plezier gedaan. In dat werk moet je creatief zijn, kijken wat iemand staat, je ogen goed de kost geven en a.s. ouders deskundig adviseren. ”Dat creatieve is altijd gebleven: Hilly naait nog steeds haar eigen kleren, maakt kaarten, doet aan bloemschikken en tuinieren.
Piet Oosterloo werd in Gorredijk geboren, ook in een gereformeerd gezin. Vader, moeder, Piet en zijn zusje verhuisden naar Heerenveen en kerkten evenals Hilly in de witte kerk aan de Falkenaweg. In 1950 behaalde Piet zijn Mulo-diploma. Hij herinnert zich het hoofd, dhr. Broekstra nog goed. Echt een heer tegen wie je opkeek en natuurlijk met “u” aansprak. Niemand kende zijn voornaam. Piet kwam terecht op de financiële afdeling van een wegenbouwbedrijf en besefte al snel dat verdere studie noodzakelijk was: dipoma’s boekhouden, SPD-1 en studie MO-economie waren het resultaat van blokken in de avonduren. Piet vertrok naar Amsterdam, kreeg een baan aan de VU, maar keerde na zes jaar terug naar Heerenveen. Nu kreeg hij Hilly in het vizier. Om kort te gaan het echtpaar Oosterloo trouwde in 1963 en vestigde zich via Harlingen, Leeuwarden, Drachten, Tiel, definitief in Drachten. Piet is iemand met vele gaven: hij speelde trompet, zingt bij Con Spirito( dat hij mede heeft opgericht) en bewerkt een volkstuin van 4 are. Maar misschien nog belangrijker - wat in de loop der jaren duidelijk is gebleken- is het feit dat deze man iemand is die overzicht heeft en goed kan luisteren. Hij is iemand die leiding kan geven. Twaalf jaar voorzitter van de Wrottersploech, voorziter van Con Spirito, dat zegt genoeg. Het wordt de kerk wel eens verweten dat zij amateuristisch te werk gaat bij het werven van haar ”grondpersoneel”, maar dat gaat niet op bij de familie Oosterloo. Evangeliesatiecommissie- nu geheten missionaire werkgroep- . Wie is secretaris? Hilly Oosterloo. Wie is voorzitter? Piet Oosterloo. Verder bestaat deze werkgroep uit Emmy Jonker, Anneke Quarré, Rinze Ruiter- ook Ineke draagt haar steentje bij- Klaas en Alie Terpstra en Janke Veenstra. Het woord amateur betekent “liefhebber”. Deze commissie bestaat eigenlijk uit louter amateurs, echte liefhebbers. Zij houden van mensen en de liefde van Christus voor de wereld inspireert hen en houdt hen gaande.
Omdat het missionaire werk voor ieder Christen vanzelfsprekend moet zijn, is er altijd in oktober  een evangelisatiezondag om de gemeente bij haar taak te bepalen. De missionaire werkgroep bereidt deze dienst voor, even als de kerstnachtdienst. Men zorgt voor koor, predikant en liturgie. Verder is er het werk aan de boekentafel, paasgroetenactie, lectuurverspreiding, contactmiddagen voor ouderen (3 keer per jaar), samen met de diakonie het organise-ren van de kerstmiddag voor ouderen. Veel werk en zeer divers.
De leden van de werkgroep doen dit werk vaak al jaren en hebben zij succes? Succes, zeggen Hilly en Piet, dat is geen goed kerkelijk woord. Voor succes moet je in de wereld zijn. We weten dat sommige mensen gezegend worden door het werk dat wij doen. Bovendien als je van Jezus Christus mag getuigen, word je zelf ook gezegend.
Bij de boekentafel worden o.a. verschillende kinderbijbels en dagboeken verkocht. Bij het weggaan zien we ook in Huize Oosterloo een dagboek liggen. De titel ervan luidt:”Leven uit Genade”. Duidelijker en bondiger kan het verlangen en de boodschap van deze leden van de gemeente rondom de Menorah niet verwoord worden.
Henk Meijer

Op de kandelaar 5
Voor de vijfde keer staat een kaars op de kandelaar. Nu komt Wil Brinkhuis in het licht te staan. Ze is lid van de Commissie Eredienst. Deze geboren Rotterdamse is graag bereid iets te vertellen over zichzelf, over de commissie waarvan ze sinds 1998 deel uitmaakt en over haar motivatie.
Wil werd in 1948 in een sociaal voelend gezin geboren. Ze heeft één broer. Hoewel het gezin onkerkelijk was, ging Wil toch naar de christelijke lagere school. Daar had ze een vriendin die op zondag geen ijsje mocht kopen, wat bij Wil thuis natuurlijk helemaal geen probleem was. Voor haar heeft de zondag dan ook nooit een wettisch karakter gehad. Wil Brinkhuis ging werken in het hartje van de stad, in een juwelierszaak op de Lijnbaan. Meer dan tien jaar gingen gouden broches en zilveren armbanden door haar vingers.
In 1967 ontmoette ze haar man Cor, op een jongerenreis van de C.J.M.V. naar Oostenrijk. Ze trouwden in 1970. Cor is dan werkzaam bij Rijkswaterstaat en als dan in 1973 het viaduct bij het halve klaverblad in Drachten-Oost wordt aangelegd, waarbij Cor nauw betrokken is, besluit het echtpaar zich te vestigen aan de Bûtewacht.
Cor en Wil hebben drie kinderen uit Shri Lanka geadopteerd. Ze hebben veel in hun gezin geïnvesteerd. “Maar”, zegt Wil, “we hebben er onnoemelijk veel voor terug gekregen.”Hoewel Wil met Cor mee naar de kerk ging – ook in haar kindertijd was de kerk eigenlijk nooit veraf – was ze nog niet gedoopt. In 1995 deed ze belijdenis en mocht ds. Bolt de doop bedienen. Zo werd Wil lidmaat van de gemeente van Christus. Vanaf 2002 is zij diaken.
Wil is een vrouw die van nature actief is. Ze werd lid van de Kleine Kerken-raad, van de commissie voor de startzondag en de Commissie Eredienst. De andere leden hiervan zijn: Anneke Boersma, Anne Geerligs, Henriëtte Huizinga, Joukje Steegstra en Anneke Quarré. De commissie komt ongeveer 5 keer per jaar bijeen om allerhande zaken te bedenken, te bespreken, te organiseren of te evalueren. Wil noemt een hele waslijst van de afgelopen jaren. In willekeurige volgorde: de laatste zondag van het kerkelijk jaar, het optreden van lectoren, gedenkschalen met herdenkingssteen en doopvlinder, uitleg over orde van dienst, muziek in de eredienst, overleg met kindernevendienst, zingen vòòr de dienst, boekje over dopen. Als je al deze zaken op een rijtje zet, zie je pas hoeveel er gebeurt in de eredienst en in onze gemeente.
Heeft Wil nog tijd voor hobby’s? Voor het maken van cryptogrammen en felicitatiekaartjes vindt ze altijd wel een verloren ogenblikje, maar voor een lange reis moet ze echt tijd vrijmaken. Samen met Cor hoopt ze binnenkort o.l.v. Aukje de Bildt Rome te bezoeken.
“Ik vind de zondag geen leuke dag”, zei iemand tegen Wil. Daar denkt zij echter totaal anders over. Ze heeft geen last van “jeugdfrustraties over een ijsje meer of minder”. Ze denkt terug aan de juwelierszaak. De zondag is een juweel. Je mag samen naar de kerk, samen zingen, samen bidden en in de Menorah staat na afloop de koffie klaar. Als je geeft, krijg je er vaak veel voor terug. Het is niet alles goud wat er blinkt, maar soms is een kleine flonkering voldoende.
Henk Meijer

Op de kandelaar 4
Zonder koster en hulpkosters zou het maar koud en kil zijn in de Menorah. Het spreekt dan ook vanzelf dat in de rubriek “Op de kandelaar” deze groep ge-meenteleden niet mag ontbreken. Voor nadere informatie steken we ons licht op bij Tjeerd Rijpma, die – zou hij een vooruitziende blik gehad hebben – precies tegenover de hoofdingang van de Menorah is gaan wonen. Voor hem en zijn vrouw Iepie is het maar een “hoannestap” om naar de kerk te gaan. Naast Mieneke Bult, de enige echte, zijn er vier hulpkosters, te weten Cees Alkema, Roel van Duinen, Chris de Haan en dus Tjeerd Rijpma. Hierbij moeten we zeker de echtgenotes van deze heren niet vergeten. Eigenlijk kun je zeggen dat er op zondagmorgen telkens een echtpaar is om de honneurs waar te nemen. Het zal niemand ontgaan dat Jan Bult ook zijn steentje bijdraagt.
Dat Tjeerd Rijpma een veelzijdig man is, blijkt al snel als we hem vragen iets over zichzelf te vertellen. Tjeerd werd in een goed, tamelijk streng gereformeerd gezin in Buitenpost geboren. Hij was de oudste en had drie zussen. Na de lagere school, avondopleiding en cursussen werd hij technisch tekenaar. Als zodanig was hij o.a. werkzaam op een scheepswerf in Kootstertille. Daar ging hij ook wonen met zijn vrouw Iepie. Er werden een zoon en een dochter geboren. (het echtpaar heeft ondertussen vier kleinkinderen). Later verzette Tjeerd de bakens. Hij volgde een officiële opleiding voor fotograaf. Het meest bijzondere is misschien wel dat hij de ontwerper is van een prikslee die in 1984 werd gebruikt op de Olympische Spelen voor gehandicapten. Nadat de familie Rijpma jaren in Amersfoort had gewoond, pakte Tjeerd in Drachten de oude draad weer op. Hij werd weer technisch tekenaar. Sinds 1993 woont het echtpaar aan de Dwarswijk nr.11. Voorwaar een veelzijdig man voor een veel-zijdige taak. “Inderdaad”, beaamt Tjeerd, “het kosterswerk is veelzijdig. In deze tijd denken we natuurlijk aan het sneeuwruimen om de kerk. Maar het zijn juist de kleine dingen die’t hem doen: Eerst de paaskaars aansteken, zoals de  Godslamp in het klooster, dan glaasje water voor de dominee, de nooddeuren ontgrendelen, EHBO-rooster controleren, zorgen dat verwarming en geluidsin-stallatie in orde zijn. Kortom wij zorgen voor de voorwaarden voor een goede dienst. En natuurlijk na afloop koffiezetten, inschenken en afwassen. Hierbij is Tammie Slump ook bijna altijd van de partij.”
In al die zaken zijn de kosters op een specifieke wijze dienstbaar voor de plaatselijke gemeente van Christus. Die gemeente van de Heer kent verschillende kleurschakeringen. Voor Tjeerd en Iepie geldt dat de gereformeerde kleur niet is verschoten, maar wel dat er enkele prachtige penseelstreken aan zijn toegevoegd. De basis voor die “verkleuring” werd gelegd toen het echtpaar in Amersfoort de diensten van het KRO-omroep pastoraat bezocht en van daaruit kennismaakte met het klooster Sion bij Deventer. Nog altijd gaat Tjeerd 3 à 4 keer per jaar voor enkele dagen het klooster in. De stilte, de regelmaat, het gezang van de monniken en niet te vergeten de gesprekken in de huiskamer maken telkens weer een grote indruk op hem en verdiepen zijn ge-loof.
Dat geloof moet handen en voeten krijgen, ook in de alledaagse dingen. Daar past het kosterswerk uitstekend bij. “Wat heeft dit alles met God te maken?” zou je kunnen vragen.”Hij is de grote katalysator,” zegt Tjeerd, Hij zorgt ervoor dat het motortje blijft draaien en wij ons blijven inzetten voor de gemeente van Christus.” Het motortje blijft draaien, echt een opmerking van een technisch tekenaar. Wat is de gemeente rondom de Menorah toch veelzijdig en veelkleurig.
Henk Meijer

Op de kandelaar 3
Het zou een kwisvraag kunnen zijn: wie of wat is een geperforeerde organist? Is dat een orgeldraaier die een “gaatjesboek”gebruikt voor zijn draaiorgel? Is dat in pustetraper mei in gatsje yn’e holle? Of is dat een organist die niet in onze wijk woont. Het is Pieter de Jong, organist in de Menorah en woonachtig in het Fennepark. Hij en zijn vrouw Toos horen bij onze wijkgemeente. Deze keer schuiven we de korenmaat aan de kant, zodat het licht op Pieter kan vallen .

Pieter de Jong is in Nijega geboren. Hij had vier broers en één zus. Zijn moeder stond erop dat de kinderen verder gingen leren. Broer Gjalt werd dominee en Pieter vertrok na zijn Mulotijd in Drachten naar Heemstede en werd B-verpleegkundige in de Cruciushoeve. Later was hij werkzaam in de Valeriuskli-niek in Amsterdam. Hij herinnert zich een angstig moment: een agressieve patient sloop naderbij( deze had de vierde dan bij judo) en probeerde hem te doden. Het alarmknopje kon hij nog net op tijd bereiken. Na zijn diensttijd ging Pieter terug naar Amsterdam, waar hij bij een vezekeringsmaatschappij ging werken. Op het Interkerkelijk Jeugdkoor dat toen wel 200 leden telde, ontmoette hij een secretaresse die werkzaam was bij een hoogleraar aan de VU.
Het was broer Gjalt die in 1966 het huwelijk tussen Pieter en Toos inzegende. Ze kregen drie kinderen, één zoon en twee dochters. Onze organist was ondertussen in Leeuwarden gaan werken, bij een maatschappij die later Aegon heet-te. Het echtpaar vestigde zich in Drachten-Oost. Ondertussen begon Pieter in Groningen aan zijn tweede HBO-opleiding en wel aan de Sociale Akademie. Hij werd adviseur personeel- en organisatieontwikkeling, tot hij in 1998 met de VUT ging.
Zijn muzikale ontwikkeling dankt Pieter aan zijn kunstzinnige broer Ate, die voor hem een harmonium kocht. Bij Gerben Hofma leerde hij spelen uit de bun-del van Johannes de Heer en de Psalmen van Worp. Broer Ate maakte prachtig houtsnijwerk. Het zegt iets over onze organist als hij nu de spreuk nog weet die zijn broer eens uitsneed: ”Zeg niet van wat naam of kerk, maar toont van welke geest u bent”.
Later volgde Pieter orgellessen bij Hans van der Mei en Anco Eringa. Nu nog heeft hij pianoles bij Rein Ferwerda. Boven staat zijn Johannesorgel. Het begeleiden van de gemeentezang vat Pieter zeer serieus op. Voor iedere dienst gaat hij naar boven en speelt alle liederen van te voren, ook als hij bijvoorbeeld psalm 84 al meer dan honderd keren heeft gespeeld. “Bij het begeleiden is het heel belangrijk dat je goed luistert naar het zingen van de gemeente”, aldus onze organist. Hij verricht zijn “dienstwerk” vol liefde en overtuiging. Niet alleen in de Menorah, want hij is ook tweede organist bij de Doopsgezinde gemeente.
Die toewijding geldt ook voor onze andere organisten, Hans Dorsman en Jeremias Quarré. Dat het gezin de Jong geperforeerd is, is een logische zaak. Alle contacten liggen in Oost: het koor “Ere zij God”, de wandelclub en de lees-club.
Pieters inspiratie begint bij zijn opvoeding thuis. Bovendien hebben de psalmen en gezangen, die hij langzamerhand door en door kent, hun sporen nagelaten. “Vooral de teksten van Barnard en Oosterhuis spreken me geweldig aan” zegt hij. Gezang 252 is helemaal mijn lied:”Ik geloof om veel te geven, te geven honderdin. Wij zullen leren leven van de verwondering. Dit leven,deze aarde,de adem in en uit, het is van Gods genade en zijn lankmoedigheid”.
We nemen afscheid van Pieter de Jong met het besef dat je geen gaatje in je hoofd hebt als je geperforeerd bent en kerkt in de Menorah.
Henk Meijer

Op de Kandelaar 2
Deze keer laten we het licht vallen op de bazaarcommissie. Bij wie kunnen we dan beter terecht dan bij Janna van Wieren? Al vanaf de oprichting is zij lid van deze groep mensen. Als we haar bezoeken aan de Janna van WierenDwarswijk blijkt dat haar man Douwe, met wie ze sinds 1971 getrouwd is, wel gouden handen moet hebben, zo mooi is de bijkeuken en garage die hijzelf gebouwd heeft. Hij had kenne-lijk een vooruitziende blik, want in die ruime garage kun je vele (ba-zaar)goederen opslaan.
Janna van Wieren is geboren in Leek, bezocht de huishoudschool en was jaren-lang bejaardenverzorgster. Nu zij met haar gezin (man en twee zonen) in Drachten woont, werkt zij al 25 jaar voor halve dagen in ‘Nij Smellinghe’. “Dat vind ik prachtig”, zegt ze, “Ik ga alle dagen zingend naar mijn werk.” Ze is van nature goed geluimd en werk is haar niet gauw te veel. Naast lid van de bazaarcommissie is ze ook al heel lang contactpersoon. Bovendien is ze vier jaar ouderling geweest. Toen ds. Tinus Ramaker haar in 1999 vroeg het praktische werk voor de bazaar mee vorm te geven, heeft ze niet lang geaarzeld. Ze had al ervaring opgedaan bij het VZT (Vrouwen Zendings Thuisfront). Sinds het vertrek van Rie en Tinus Ramaker is Joop Damstra de bekwame voorzitter van de commissie. Dirk Geertsma, Broer de Groot en Daaf de Korte zijn de heren die hem assisteren. De dames Anneke Boersma, Trienke Cuperus, Martha Wijngaarden en Janna van Wieren maken ook al jaren deel uit van deze commissie. Zo’n bazaar vergt veel voorbereiding. Ook nu staat bij Janna de vliering al vol: ”Soms word je gebeld, dan ga ik kijken of de goederen ons passen. Zo ja, dan neem ik ze mee.” Als de ruimte helemaal vol is, wordt er bij Trienke Cuperus verder ‘gestouwd’. De heren Klaas Dijkstra en Bart Hengst lopen al jaren voorop, ze gaan van tevoren naar het bedrijventerrein, terwijl de dames allerlei winkels in het centrum bezoeken. Met tassen vol nieuwe spullen komen ze terug. “Ik ben altijd weer verbaasd” zegt Janna, “hoe vrijgevig de mensen zijn.”
De week voor de bazaar neemt ze altijd vrij. De opening is altijd op donderdagmiddag om 2 uur precies. Vanaf 12.30 uur staan de opkopers al voor de deur om hun slag te slaan. Dan is het: ‘de Filistijnen over u’. Maar voor 2 uur krijgen de ‘heidenen’ geen kans ‘Kanaän’ te veroveren. Er zijn wel honderd gemeenteleden die deze dagen hun mouwen opstropen. Bij dit punt aangeland vertelt Janna over het tweeledige doel van de jaarlijkse bazaar. Natuurlijk is de opbrengst belangrijk. Het geld is de afgelopen jaren gebruikt voor het parkeerterrein, voor de blauwe stoelen, voor het verven en witten van het interieur. De eerste €1000,- had altijd een diaconale bestemming. Dit jaar gaat het geld naar een stichting in Scharnegoutum, die werkzaam is bij de opvang van kinderen in Rusland. In wezen echter gaat het om een verder liggend doel, namelijk gemeentevorming. Met elkaar en onder elkaar bezig zijn voor de kerk van Christus. Je leert mensen kennen die je anders alleen maar op zondagmor-gen even toeknikt. Heel eenvoudig, samen bij het rad van avontuur, samen op zaterdagmorgen onder de vriendelijke begeleiding van Mieneke Bult alles opruimen en schoonmaken; het geeft een gevoel van saamhorigheid. “Dat heeft”, zegt Janna, “met mijn geloof te maken. Het is als het ware je geloof handen en voeten geven.”
Janna kreeg eens de vraag: ‘Bent u de mevrouw van de bazaar?’ Na dit gesprek met haar begrijpen we waarom deze vraag gesteld werd. Als we het huis van Janna en Douwe verlaten blijft er een gedachte hangen: vreemd eigenlijk dat er in Drachten-0ost nog mensen zijn die niet weten hoe leuk een bazaar is!
Henk Meijer

Op de kandelaar1
In het oude Israël werd de hoeveelheid graan afgemeten met een grote schep of schepel. Deze korenmaat kon echter ook dienen om het licht af te schermen als de kinderen moesten slapen. Dan had je het effect van een bedlampje. Maar natuurlijk is de olielamp of kaars bedoeld om licht te verspreiden en niet om te worden afgeschermd. In deze serie zetten we de kaars op de kandelaar en niet onder de korenmaat om allerlei mensen in onze gemeente even te belichten. Van iedere groep komt meestal één persoon aan het woord. Het zou saai worden om bijv. tien ouderlingen te interviewen. Deze eerste keer valt het licht op de contactdames. Die term is echt verouderd, want we kunnen Cor Jansen als echte heer moeilijk een dame noemen. Nog steeds zijn de dames ver in de meerderheid. Daarom hebben we een gesprek met Joke Boersma en Baukje Paulusma, contactpersonen van het eerste uur. Eenmaal in gesprek worden de verhalen steeds interessanter. In twee uur passeren vele zaken de revue. Baukje Paulusma, geboren in Leeuwarden, maar vanaf haar Mulotijd al een echte Drachtster en werkzaam geweest op een kantoor, vertelt dat ze al 35 jaar dit werk voor de kerk doet. Joke Boersma was nog enkele jaren langer contactpersoon. Voor beide dames geldt dat deze werkzaamheden niet uit verveling plaatsvinden. Baukje heeft genoeg om handen:

Kinderen, kleinkinderen, borduren(o.a.”geboortetegels”), lezen en, zeer modern, “laptoppen”. Voor Joke, geboren vlak bij Berlikum op een boerderij en in Leeuwarden werkzaam geweest in de verpleging, geldt dat ook. Zingen is haar grote passie. Zij zingt in het oratoriumkoor en op maandagavond bij “Ere zij God”. Afwisselend vertellen ze over het verleden, over de “Bloemenmeisjes van Drachten-Oost”. Zo werden de dames Fröhlich, Triemstra en Sixma genoemd die, in de jaren ’60, bijna dagelijks op stap waren om leden van de kerk in de nieuwe wijk te begroeten.
Regelmatig was er vroeger een gemeenschappelijk uitje. Glimlachend vertellen Baukje en Joke over de fietstocht naar Ureterp waar ze met ongeveer 30 andere contactdames naar een speciaal museum gingen. Ze troffen grote pannen met potstro aan en een berg afwas. De waardin kwam erin om. Waren de lege wijnflessen de oorzaak van de janboel? De Drachtster dames wasten alles af, zetten potten en pannen op hun plaats en verlieten letterlijk en figuurlijk opgeruimd deze vreemde attractie.
Het werk van contactpersonen kun je typeren als “ogen en oren zijn van de gemeente”. Regelmatig even binnenwippen bij de toegewezen adressen, persoonlijke belangstelling tonen bij ziekte, geboorte, jubileum. Nieuw-ingekomenen verwelkomen. Acties( o.a.kerkbalans en bazaar) ondersteunen door informatie te bezorgen. Kortom de contactpersonen (zeven hoofdcontactpersonen en meer dan 70 contactpersonen) vormen samen een netwerk dat de hele gemeente Drachten-Oost omspant.
De korenmaat hebben we terzijde geschoven. Het licht mag vallen op al die trouwe bezoekers die jarenlang de gemeente van Christus hebben gediend.
Als we huize Boersma verlaten, duikt één woord telkens weer op en dat is het woord “trouw”. Dat moet te maken hebben met het prachtige lied “God is getrouw, Zijn plannen falen niet”.
Het werk van contactpersoon is niet altijd gemakkelijk (“soms laten de mensen je gewoon op de stoep staan”), maar je krijgt er wat voor terug. Joke haalt een woord van haar vader aan en Baukje beaamt dat: “Je hebt zelf de eerste zegen”. Je hoort erbij, je maakt deel uit van de gemeente van Christus.
Wat vreemd eigenlijk dat we in Drachten-Oost nog vacatures hebben.
Henk Meijer.