Overgenomen uit het boek “Kerk te kijk’; 150 jaar gereformeerde kerk te Drachten. Uitgegeven in 1994.


De Menorah, Dwarswijk 350 Drachten
Met opzet wordt aan deze naam niet het woord "kerk" toegevoegd, omdat het meer wil zijn dan dat: Een gemeentecentrum in de ruimste zin van het woord.

Voorgeschiedenis; Aula Chr. L.T.S. Splitting 63 te Drachten
Drachten heeft de grootste groei gekend in oostelijke richting, in het "Overjordaanse", aan gene zijde van de Noorder- en Zuiderdwarsvaart. In het begin van 1967 woonden daar al ongeveer 800 leden. Die werden voor de kerkgang naast de Noord-Oost-kerk en de Noorderkerk vooral verwezen naar de Zuiderkerk. Het gebied in Drachten-Oost werd tijdelijk door de zes predikanten onderling verdeeld en pastoraal bewerkt

De nieuwe wijkraad voor de Venen en Wiken wordt geboren op een K.A.Z.-vergadering op maandag 12 december 1966 en krijgt de naam "Wijkkerkeraad-Oost". Die zit er achteraan, dat er kerkdiensten worden belegd in het nieuwe woongebied zelf. De aula van de Chr. L.T.S aan de Splitting 63 wordt voor één dienst op de zondagmorgen gehuurd met ingang van 2 april 1967. De K.A.Z. verwacht als rendement: "Geestelijk welzijn en kernvorrning in de nieuwe wijk".

De diensten in de aula worden opgevoerd van één naar twee, 's morgens en 's middags, onmiddellijk nadat de nieuwe wijkpredikant, Ds. L.J. Wolthuis uit Woerden is bevestigd op zondag 29 oktober 1967. Dubbele diensten worden nadien in de aula gehouden in de periode van 5 november 1967 tot en met 1 maart 1970.

De wijkkerkeraad-Oost denkt aanvankelijk in de richting van kerkafsplitsing en instituering van een zelfstandige kerk Drachten-Oost, maar daar heeft men nooit toe besloten. Het nieuwe kerkgebouw, de Menorah wordt officieel en feestelijk in gebruik genomen op woensdag 4 maart 1970. En dat betekent ook het einde van het gebruik van de aula.

Dan komt er ook een einde aan het huren van een lokaal voor vergaderruimte en voor het houden van catechisaties in de voormalige Christelijke Gereformeerde kerk aan het Oosteinde, hoek Zuiderdwarsvaart-De Raai. Als wijk Oost gesplitst wordt in twee zelfstandige wijken Wiken en Venen en Ds. D. Kloppenburg is opgevolgd door Ds. G. v.d. Veere, die intrede doet op 12 augustus 1973, wint de gedachte weer veld, dat er een centraal punt, in elk geval voor de kerkgang en prediking, in de Venen moet worden gecreëerd. Men valt terug op een morgendienst in de aula van de Chr. L.T.S.
Voor de tweede kerkdienst en voor doordeweekse activiteiten maakt men een dankbaar gebruik van de Menorah
.

Het zou alles anders gelopen zijn, als de hervormden hun aanvankelijke plannen in Drachten-Oost hadden kunnen uitvoeren. Ze wilden in De Venen nl. ook aan gemeente-opbouw en kerkbouw doen. Op zondag 28 september 1969 startten zij een morgendienst in de openbare mavo aan de Leidijk. Wij hoopten, dat wij met onze hervormde broeders en zusters een nieuw hervormd kerkcentrum in gebruik zouden nemen op een stuk grond even ten zuiden van de Chr. M.T.S., eveneens aan de Leidijk. Dat zou een geweldige tegemoetkoming zijn geweest voor de
bewoners van De Venen. Maar vanwege gebrek aan geldelijke middelen bij de plaatselijke Hervormde kerk konden de plannen helaas niet doorgaan
. Wel is men later, na de opening van De Menorah tot samenwerking met de hervormden gekomen.

De aula van de Chr. L.T.S. opent weer haar deuren voor één dienst op de zondagmorgen m.i.v. zondag 2 november 1975. De laatste keer, dat er een dienst wordt belegd in de aula 'De Werf is op zondagmorgen 9 juni 1991

Hulpkoster
De heer G. Brandsma, Haverstuk 59, heeft in elk geval gedurende de eerst periode (1967- 1970) de dubbelrol gespeeld van conciërge (door de week) en koster (zondags).

Voorbereiding tot de bouw
In het gebied aan de oost-zijde van de Noorder- en Zuiderdwarsvaart, geheten De Wiken en De Venen, worden in 1963 de eerste woningen gebouwd en betrokken. In begin 1968 blijkt de kerkelijke gemeente bereid tot een grotere financiële inspanning ten einde de bouw van een kerk in Drachten-Oost te kunnen verwerkelijken. Er wordt f 78.000, -meer toegezegd in de vorm van vaste vrijwillige bijdragen.
De wijk Noord-Oost moet weer voorrang verlenen, evenals dat met het oog op de Fonteinkerk het geval was. Er wonen dan 1300 leden in Venen en Wiken.

De architect, die de Menorah heeft ontworpen is de heer J. van der Tas, toen nog werkzaam bij het architectenbureau Bosma, Van Houten en Van der Tas te Drachten. Bij aanbesteding werd het werk gegund aan het Drachtster bouwbedrijf R. Paulusma voor ruim 3,5 ton, eind oktober 1968. De totale kosten (inclusief onderaannemers, grond, inrichting) zijn uitgekomen op ruim negen ton.

De eerste plannen voor de nieuwe wijkkerk stammen uit 1965. Toen was het de bedoeling, dat er een kerkgebouw voor Noord-Oost-Drachten zou komen aan de oostzijde van de Noorderdwarsvaart, en dan met name in het midden tussen de Schwartzenberghlaan/De Knobben en het verlengde van de Wielewalen. Maar door wijziging in wijkindeling en in de plannen had men later een terrein op de hoek van de Middelwijk-Leidijk op het oog. Ook daar heeft men van afgezien. Zodoende is de lokatie van de Menorah de hoek-Langewijk-Dwarswijk geworden.

De bouw
Ondanks plannen daartoe is het slaan van de eerste paal in november 1968 door 'heibaas' Wolthuis niet doorgegaan vanwege de weersomstandigheden (vorst). Het leggen van de eerste steen zou daarvoor in de plaats komen. Maar ook dat is overgegaan. In mei 1969 kwam de meiboom in de kap en werd het hoogste punt, 9,5 meter, bereikt. Volgens insiders is de Menorah zeer sober en zuinig opgezet. 
De kosten hebben inclusief de inventaris plm. ƒ625.000, - bedragen. De grond, de pastorie met garage en het orgel inbegrepen verhoogden de prijs tot ruim 9 ton. Dientengevolge kon op de maximale subsidie van overheidswege (twee ton) worden gerekend, naast de hulp van de Stichting Steun Kerkbouw (1,1 ton).


Het hele complex op de hoek van de Lange Wijk en de Dwarswijk heeft de vorm van een van de twee Friese boerderijtypen: het kop-hals-romptype, resp. terug te vinden in de pastorie, de studeerkamer van de predikant en de kerk.

Naamgeving
Deze gereformeerde kerk in Drachten draagt als enige kerk in Nederland de naam "Menorah" (= zevenarmige kandelaar, zoals die in de tabernakel/tempel stond). In dat opzicht is dit dus een unieke situatie.

Er werd een prijsvraag uitgeschreven, waarop ruim 100 inzendingen binnenkwamen. Een echtpaar, dat diverse malen een reis naar Israël had gemaakt en de Joodse kandelaar, de menorah kende, stelde deze naam voor. Een commissie, belast met de naamgeving, lichtte uit de ruim honderd namen een drietal: Menorah, De Hoeksteen en Open Hof. Bij de stemming door de gemeente haalde de eerste 333 stemmen, de tweede 296 en de laatste 233 stemmen. Mevr. Margriet Ausma-de Maa, Leidijk 247 won de prijsvraag en de cadeaubon. Met een krappe meerderheid heeft de naam 'De Menorah' het dus gehaald. De Menorah is het joodse symbool, 5 meter hoog, 4 meter breed, gegoten in massief brons, dat staat recht tegenover de Knesseth in Jeruzalem.

Zo brengen wij dan, bewust of onbewust, als nieuw testamentische kerk onze verbondenheid met het volk Israël tot uitdrukking. Ook wil het gebouw openstaan voor andere activiteiten dan kerkelijke. Het wil een lichtdragende functie in een nieuwe wijk vervullen ten dienste van al de bewoners.

Overweging om voor de hoek Langewijk - Dwarswijk te kiezen was, dat men zo ook de wijk Noord-Oost met de houten noodkerk (zie bij 3) meer tegemoet kwam. Men weet niet alles van te voren. Ook niet, dat in 1977 De Opdracht aan het kerkenbestand zou worden toegevoegd.

Opening
Deze kerk werd officieel overgedragen en in gebruik genomen op woensdagavond 4 maart 1970. Er wonen dan 1.600 leden in De Venen en De Wiken. Het is het derde kerkgebouw na de Fonteinkerk, dat Ds. H. van Twillert, als nestor, mag aanvaarden en in gebruik nemen.

In de eerste dienst van Woord en Gebed speelt Ds. D. Kloppenburg, wijkpredikant van De Venen, de rol van liturg. En Ds. L.J. Wolthuis, werkzaam in De Wiken, verzorgt de verkondiging na klokgelui. Hij leest Exodus 25: 31-40 en hij preekt naar aanleiding van de teksten: Openbaringen 2: 5b, "Ik zal uw kandelaar van zijn plaats wegnemen, indien gij u niet bekeert". en Mattheus 5: 16a: "laat dan uw licht schijnen voor de mensen".

Hij merkte o.a. op "Gemeente, u hebt nu een menorah, een kandelaar, maar u bent zelf ook een Menorah, een lichtdrager! De naam Menorah moge ook het wezen van de kerk zijn, onze opdracht om lichtdrager Gods te zijn. Zeven armen heeft de Menorah, zeven dagen telt de week. Moge dit gebouw een kerk/wijkcentrum zijn 's zondags en door de week, voor de kerkelijke en burgerlijke gemeente".

Na afloop van de dienst worden er welgemeende woorden gezegd door acht sprekers. De enthousiaste en met mensen en de oecumene zo bewogen pastoor Willem G. de Rooy, sprak als zijn hoop uit, dat de kandelaar, die de kerk aan de buitenkant siert, een symbool van verzoening zal worden. Er wordt ook een prachtig album met een rijke sortering aan foto's, gewijd aan de bouw, aangeboden. De maker is de heer Hendrik Algra, toen woonachtig op de Stelpswijk ID. De toelichtende teksten zijn in zijn fraai handschrift verzorgd door de heer M. de Vries, administrateur op het kerkelijk bureau.

Dichterlijke ontboezeming
Na de opening van de kerk wordt er een gedicht ingestuurd bij de Friese Kerkbode, een acrostichon of naamvers, waarbij de beginletters samen de woorden Menorah, kandelaar, lichtdrager vormen. Ietwat geretoucheerd wordt dat hierbij weergegeven.

"De nieuwe kerk, met name Menorah":


M
et de Heer hier in ons midden,
e nkel en alleen met Hem
n amen wij in stil aanbidden, 
o ver dit geschenk van Hem
r uwe stenen bij het doopvont 
a ls een spuitende fontein,
h oor de stemmen van de

k ind'ren, groot en klein,
a andacht vraagt het zingen
n u w 'hier samen zijn,
d an de schaal en ook de beker
e en broeder droeg ze door de kerk
l ater hoort men orgelklanken,
a anzwellend tot 't volle werk.
a an het einde kwam d
r ondgang door de kerk.


l angs foyer en jeugdsoos

i nteressant is ook dit werk

c entrum van de Wiken/Venen
h
eeft nu weer een steunpilaar
t elkens als de klok gaat luiden
d raagt ze d'in
vitatie uit
r oept ons allen sam
en daar

a llen, die hier straks gaan kerken
g aan er dan met vreugde heen

e n je hoeft niet meer te zoeken,
r uimte genoeg voor iedereen!


Van het begin af aan blijk
en er twee morgendiensten in De Menorah nodig te zijn.


Herdenking
Precies 20 jaar later valt 4 maart, de startdatum, op een zondag. Dat grijpt men aan als een aanleiding voor een feestelijk herdenken, zowel in de ochtend- als in de avonddienst.
In een avonddienst op zondag 4 maart 1990 gaat de wijkpredikant van De Wiken, Ds. Z. Ramaker, voor in de liturgie en in de uitleg. In deze dienst worden de antependia, die dames in de gemeente zelf gemaakt hebben, over de liturgische tafel gelegd en voor de preekstoel bevestigd en Ds. G. Brouwer van De Venen, gehuld in zwarte toga, wordt achtereenvolgens omhangen met de vier stola's in de kleuren van het kerkelijk jaar.
De witte stola draagt een Christusmonogram, de groene is versierd met twee korenaren en een druiventros, de rode laat drie goudkleurige vlammen zien en de paarse is getooid met een korenaar en zonnestralen.


Interieur
De oppervlakte van de kerkzaal is 25 m (diepte) x 17,5 m (breedte) = 437,5 vierkante meter. Als we de toneelzaal, die er bij getrokken kan worden, er bij rekenen (10,5 m breed en 13 m diep geeft een oppervlakte van 136,5 vierkante meter, vóór het podium) komen we uit op 574 vierkante meter. 

De vloer bestaat uit eenvoudige, langwerpige, rode, Italiaanse tegels. Er is veel schoon metselwerk van grote grijze stenen in het interieur te vinden. De kerkzaal biedt plaats aan ongeveer 490 personen, in de toneelzaal kunnen ongeveer 150 mensen een plekje vinden.

      1. Al naar behoefte kunnen de stoelen gericht staan naar de kerkzaal of naar het podium.
      2. Beneden zijn ng een kerkeraadskamer en een predikantedie aan de keuken grenst, kn vroeger bij de tneel/kerkzaal getrokken worden. Later is de afscheiding definitief gemaakt.
      3. Boven bevinden zich een tweetal kleinere en een tweetal grotere lokalen, een handenarbeidlokaal en een jeugdhonk met eigen bar.


He
t doopvont met stromend water is een geschenk van de architect, de aannemers en onderaannemers. Het staat vast bevestigd op de grond, vóór in het midden van de gemeente opgesteld. Het bekken is driehoekig en rust op drie gemetselde pilaren van steen. Zal dat iets te maken hebben met de drie-enige naam, waarin wij worden gedoopt?

H
et avondmaalsstel is een geschenk van de gemeente, dat de cadeaucommissie via giften bij elkaar heeft gebracht en dat bewaard kan worden in de houten kast op het liturgisch centrum, maar daadwerkelijk wordt opgeborgen in de kluis.

Er staat een kleine menorah met een hoogte van 23 cm. op de bovengenoemde houten kast. Het is een geschenk van één van de bedrijven, die aan de kerk hebben gewerkt bij de opening van de grote Menorah. Hij wordt ook gebruikt als kaarsenhouder op de liturgische tafel.

Het is in het begin een punt van discussie geweest of het liturgisch centrum, dat een steen hoger ligt dan de kerkvloer, nog meer moest worden opgehoogd, opdat de kerkgangers de voorganger beter zouden kunnen zien, zoals de preekstoel, die zich drie stenen boven de vloer van de kerk bevindt. Het is er wel van gekomen. Ondanks deze aanpassing is de liturgische tafel tijden buiten gebruik geweest.


Exterieur
Op de hoek van de straat, voor de hoofdingang, staat een klokkestoel, die 19, 5 meter hoog is. De luidklok in deze toren weegt 200 kg. De toren weegt 6 ton, is gemaakt bij de fa. Wassenaar-Kodra aan de Tussendiepen te Drachten en geplaatst op vrijdag 30 januari 1970. De toonhoogte is C, dit op advies van de heer H.K. Schippers, dirigent van het Toonkunstkoor "Frisia cantat" te Drachten, die in dergelijke gevallen de gemeente bijstond en daarbij zorgde voor een zo groot mogelijke harmonie van de Drachtster kerkklokken onderling. Deze luidklok moest worden gerepareerd. De klokketoren is niet voorzien van een trap.

Men dacht een steiger te moeten bouwen. Maar een andere, snellere en goedkopere manier bleek te zijn het inschakelen van de brandweer met een hoogwerker (Friesch Dagblad, zaterdag 24 mei 1980).

De naam MENORAH is in hout aan de buitenzijde van de kerk, op de hoek, links van de hoofdingang aangebracht, waarbij de M deel uitmaakt van de houten zevenarmige kandelaar, waarvan de zeven toppen een verlichting dragen. De Friese Kerkbode van 21 januari 1971 vertelt, dat de zeven lampen op de Menorah de week daarvoor zijn gaan branden. Het was het ideaal van de architect en de kerkeraad, dat er aan de buitenzijde een verlicht embleem zou komen. De kosten à ƒ450,- zijn gefinancierd uit giften uit de gemeente, waarvoor de wijkpredikant Ds. L.J. Wolthuis een bescheiden actie heeft gehouden. De noordelijke kant van de kerk bestaat uit een glaswand van kleine ruitjes in vijf kleuren. Voor de gevels is gele Friese baksteen gebruikt.

Op initiatief van de plaatselijke Raad van Kerken werd op zondag 26 maart 1972 de eerste speciaal voor geestelijk gehandicapten aangepaste kerkdienst gehouden. Zeven kerkgemeenschappen werken op dit terrein samen en leveren toerbeurt een voorganger leveren. Dergelijke diensten worden altijd in De Menorah gehouden. Uit geheel Zuid-Oost Friesland komen de kerkgangers. In juni 1994 omstreeks onze jubileumdatum, zal de 130-ste dienst gehouden worden.

Kosters
De heer Jelle Haanstra die de Fonteinkerk voor De Menorah inruilde, was de eerste koster vanaf maart 1970 tot zomer 1971. In zijn plaats kwam van de Noorderkerk over de heer Geert van der Ploeg, zomer 1971-voorjaar 1978. 

Na diens dood werd hij opgevolgd door zijn schoonzoon, Kees Helmhout, 1978-heden.